Achtergrond

Wat kunnen bedrijfsjournalisten leren van NOS Nieuwe Media?

Door Pjotr van Lenteren 1 november 2010

5 reacties

Roeland Stekelenburg van NOS Nieuwe Media maakt revolutie bij een van de bekendste nieuwsleveranciers van Nederland. Bedrijfscommunicatie moet hier vooral niet al te hard achteraan hollen. Zeven overwegingen.

Televisie maken en dat op internet zetten is niet meer van deze tijd. NOS ontwikkelt zich dan ook van een omroep met een website tot een digitale fabriek die nieuws aanbiedt op elk formaat, op elk moment en voor elk platform. Dat heet databasejournalistiek en het lijkt het meest veelbelovende antwoord op de razendsnelle ontwikkelingen in de nieuwe media. Bedrijfsjournalisten moeten misschien ook wel aan de databasejournalistiek, net zoals ze de social media al hebben omarmd. Maar hoe?

1. Databasejournalistiek is een manier van denken: lever een halffabrikaat
Wat je in de eerste plaats moet loslaten is het idee dat je een eenduidig product gaat maken met een deadline. Je levert een halffabrikaat en de gebruikers bepalen zelf hun deadline. Mensen kijken het nieuws op hun smartphone in de trein, kinderen kunnen als ze willen jeugdjournaal kijken op de Playstation 3. De ontwikkelingen gaan snel: morgen zijn er weer nieuwe platforms. Het idee achter databasejournalistiek is dat journalisten niet meer verbonden zijn aan een website, magazine of programma, maar werken voor de database. Je levert journalistieke onderdelen in een vorm die het beste bij dat nieuws past. En daarna halen verschillende platforms daar het hunne uit. Dat kan een foto zijn. Een statistiekje. Een geluidsfragment. Een artikel. Kortom: je maakt ophalen zo gemakkelijk mogelijk, in plaats van dat je zendt. Eigenlijk is databasejournalistiek een nieuwe manier van denken.

2. Kies niet voor één techniek, maar zorg voor een open constructie
NOS maakte vroeger alles op tapes. Eenmaal uitgezonden gingen die de archieven in. Een gesloten constructie. Tegenwoordig leiden nieuwsitems een eigen leven op internet. NOS biedt een voetbalfilmpje, Feyenoord zet het op de site en dáár kijken er 100.000 mensen naar. Daar is een open constructie voor nodig. Zorg dus dat de techniek van je database honderd procent op orde is en maximaal compatibel. Je materiaal gaat naar tv, radio, internet, mobiel, podcast, rss, narrowcasting, iptv, game consoles en wat er morgen nog meer verzonnen gaat worden. Wie de aanpassingen maakt? Dat kun je zelf doen als organisatie, maar dan word je gek. NOS doet dat niet, maar rekent erop dat de eindgebruikers zo graag NOS-nieuws op hun apparaat willen, dat leveranciers wel zorgen dat het erop komt. Daar moet je dus voor open staan, wil dit allemaal werken. De strategie is: kies niet voor één platform, want we zijn er nog niet: iPhone kan mórgen uit de mode raken. NOS levert in de gangbare formaten én maakt het mogelijk dat ict’ers – mits zij niet aan de verspreiding van het nieuws verdienen – nieuwe apps maken om hun producten toegankelijk te maken. Databasejournalistiek is het begin van een antwoord op het probleem van de technische wildgroei.

3. Denk in mogelijkheden en durf domme vragen te stellen
Vroeger kon een journalist iets ingewikkelds willen, en zei technicus: kan niet. Of de technicus zei: ik kan iets leuks, antwoordde de journalist: wat moet ik er mee? Nu moeten journalist en technicus samen op zoek naar mogelijkheden, ze kunnen niet meer zonder elkaar. Zet technici en bedrijfsjournalisten bij elkaar in één team en laat ze boodschap en techniek bij elkaar brengen. Nieuwe mogelijkheden te over. Zo experimenteert NOS met nieuwe journalistieke vormen, zoals beelden van de Tour de France met alle real time statistieken ernaast. Technische én journalistieke uitdaging waar het hele team warm voor loopt. Belangrijk is, tipt Roeland Stekelenburg, om een goede journalist die geen technisch jargon spreekt in je team te hebben. Laat die vooral domme vragen stellen. Want dat doet je publiek ook, en dat wil je vóór zijn. Overtuig de ‘domme’ journalist en dan heb je wat te pakken. Zo voorkom je technische hoogstandjes waar niemand op zit te wachten.

4. Gebruik je gebruikers
Hier volgt niets nieuws, maar het moet wel gezegd worden: een van de grote voordelen van nieuwe media is dat de muur tussen omroep en publiek wordt geslecht. Meningen van reaguurders op je berichten zijn meestal niet zo interessant, althans niet voor een nieuwsleverancier. Wél interessant zijn ooggetuigenverslagen en deskundigen die je gratis en voor niets vertellen hoe het écht zit. NOS maakt gebruik van beide en heeft daardoor zonder maar een journalist gestuurd hebben vaak tóch de eerste foto of het meest deskundige verhaal. Je moet wel beducht zijn op misbruik. Een prachtige vulkaanfoto waar NOS mee scoorde dankzij een ‘attente’ gebruiker bleek gephotoshopt. NOS-journalisten zijn nu getraind om dat soort grappen te herkennen. Als gebruikers en hun bijdrage geen enkele rol spelen in jouw communicatieplannen, zijn nieuwe media niets voor jou.

5. Vergeet doel + ijkpersoon = blaadje
Nieuwe-mediaspecialisten doen alsof ze de non-lineaire mens hebben uitgevonden, zoals commerciële televisiemakers twintig jaar geleden suggereerden dat ze de zappende mens hadden ontdekt. Onzin natuurlijk: de mens is altijd al een impulsieve zapper geweest. Het enige verschil is dat hij zich niet meer laat beteugelen met een boek of een magazine. Hij wil op de plaats waar hij is, op het moment dat hij het vraagt jouw informatie. En als je er niet bent, dan wel iemand anders. Je moet dus non-lineair leren denken. Bottom line voor communicatieprofessionals: waar zijn mijn medewerkers of klanten naar op zoek, en hoe kan ik enerzijds zorgen dat ze dat gemakkelijk en op het juiste moment vinden en anderzijds structureel van hun zoekgedrag en ideeën gebruikmaken om die dienstverlening te verbeteren. Daar komt het op neer. Als je hier een antwoord op vindt, is geslaagde communicatie gegarandeerd.

6. Heb je er de mensen wel voor?
Stel je eens voor wat er zou gebeuren als je je communicatiemedewerkers zou vragen om een week lang alleen maar met behulp van foto’s te communiceren. Zouden ze het leuk vinden en ergens mee komen of zouden ze volledig in paniek raken? Het is volstrekt zinloos om al je ouderwetse, zendergerichte media met z’n lappen tekst en groot succeskoppen over te planten op internet. Maar nog zinlozer is het om je oude communicatieafdeling zonder meer aan de slag laten gaan met een paar ronkende nieuwe tools. Heb je de mensen wel om dit te gaan doen? Ben je er met een training, of moet er meer gebeuren? Het heeft niets met ouderdom te maken, de meeste twitteraars zijn ouder dan veertig. Maar gaan je communicatiemedewerkers het dóen? Gaan ze publieksgericht dénken? Gaan ze werken voor die kille database in plaats van trotse ouders te zijn van dat kindje, die website, dat blad? Je bedrijfsjournalisten moeten mínstens een foto kunnen maken. En bewerken. Ze moeten niet in paniek raken van HTML of Photoshop. Maar bovenal moeten ze willen begrijpen dat die nieuwe media echt anders werken dan bladen.

7. Databasejournalistiek is vooral interessant voor externe communicatie
Databasejournalistiek vergt een forse organisatieverandering en een hoop technische ondersteuning. Maar dan heb je ook wat. Alleen moet je wel een duidelijk idee hebben hoe je de investering eruit halen als je je medewerkers gaat bestoken met filmpjes, fora en andere digitale pret. Ooit moet je om, maar nu? Het zou zo maar kunnen dat je tot de conclusie komt dat je blaadje op dit moment net zo goed de gestelde doelen haalt als de multimediavariant. Waar het om de buitenwereld gaat, is het echter nú al een ander verhaal. Als je een ministerie bent, kan het interessant zijn om dat stukje beleid dat in gemeenten moet worden uitgevoerd, eens met een filmpje in beeld te brengen: hoe werkt dat nou in de praktijk? Het ministerie van Algemene Zaken doet al zulke dingen met nieuws van het rijk. Vervolgens kunnen die gemeenten zelf met dat filmpje aan de slag, waar ze maar willen. Ze kunnen het ook weer naar hun gebruikers doorsturen. Uiteraard zorg je dat alle getwitterde reacties en ideeën weer terugkomen bij het ministerie. Nieuw product gemaakt? Laat de gebruikers maar mobiele filmpjes maken wat ze ermee doen, en zorg dat de grappigste weer verspreid worden via mobiele telefoons. Ingewikkelde technische innovatie bedacht? Laat de gebruikers via fora meedenken over verbeteringen en praktijkaanpassingen. Er is geen standaardoplossing, wel een wereld aan interessante mogelijkheden.

Roeland Stekelenburg van NOS Nieuwe Media hield zijn lezing Nieuws op Nieuwe Plekken in Leiden voor studenten en communicatieprofessionals, georganiseerd door Leiden Communicatiestad en de Universiteit Leiden.

Lees bij NPOXwat Roeland Stekelenburg allemaal aan het doen is.

Kijk hierhoe de NOS over haar successen én mislukkingen blogt .

Lees bij SWIS wat Roeland Stekelenburg in Leiden kwam doen.

Reacties

  • Gepost door: Michelle de Koning op 1 december 2010 - 17:21

    jammer dat de discussie zich nu toespitst op de naam, volgens mij is wel duidelijk wat het één en het ander is. Maar hoe gaan we binnen de bedrijfsjournalistiek die 'platformonafhankelijke' manier van werken bedrijven? Zijn er al bedrijfsjournalistieke redacties die vergelijkbaar met de NOS werken? Naar die ervaringen ben ik heel benieuwd!

  • Gepost door: Marije van den Berg op 5 november 2010 - 17:30

    juist die links die je eronder zet, maken duidelijk wat het verschil is! en dat het dus NIET die platformonafhankelijke journalistiek is waar jij over schrijft, al liggen ze wel enigszins in elkaars verlengde. Bij data(base)journalistiek gaat het om de database als bron voor research. Bij de vorm die jij hierboven beschrijft en die ik "platformonafhankelijk" noem, gaat het om de manier waarop de journalist zijn items/artikelen etc opslaat. het ene is dus echt een nieuwe vorm van journalistiek, het andere is dat niet (per se). En juist omdat het om "een idee" gaat, moet je het niet de naam geven van iets wat al lang bestaat. Kijk bijvoorbeeld eens hier http://datajournalism.stanford.edu/!

  • Gepost door: Pjotr van Lenteren op 2 november 2010 - 09:19

    Dank voor je reactie, Marije. Ik matig me op dit pioniersterrein nog geen mening aan over het beste jargon maar platformonafhankelijke journalistiek is nou ook geen term waar we de wereld mee gaan veroveren, toch? Het gaat hier even om het idee. Ik meen dat Roeland Stekelenburg de term in zijn verhaal gebruikte om te ilustreren dat je als journalist niet meer voor een programma, maar voor de database werkt. Dat vond ik wel verfrissend. Enne... ik heb niet gezegd dat de bedrijfsjournalistiek niet vooraan moet willen staan... maar juist dat we er niet te hard achteraan moeten hollen... zonder even na te denken. Meer over de term databasejournalistiek en API's las ik hier: http://www.denieuwereporter.nl/2009/05/media-kunnen-meer-bezoek-trekken-met-apis/ http://mschreijenberg.wordpress.com/2010/04/15/databasejournalistiek/

  • Gepost door: Pjotr van Lenteren op 2 november 2010 - 09:18

    Dank voor je reactie, Marije. Ik matig me op dit pioniersterrein nog geen mening aan over het beste jargon maar platformonafhankelijke journalistiek is nou ook geen term waar we de wereld mee gaan veroveren, toch? Het gaat hier even om het idee. Ik meen dat Roeland Stekelenburg de term in zijn verhaal gebruikte om te ilustreren dat je als journalist niet meer voor een programma, maar voor de database werkt. Dat vond ik wel verfrissend. Enne... ik heb niet gezegd dat de bedrijfsjournalistiek niet vooraan moet willen staan... maar juist dat we er niet te hard achteraan moeten hollen... zonder even na te denken. Meer over de term databasejournalistiek en API's las ik hier: http://www.denieuwereporter.nl/2009/05/media-kunnen-meer-bezoek-trekken-met-apis/ http://mschreijenberg.wordpress.com/2010/04/15/databasejournalistiek/

  • Gepost door: Marije van den Berg op 1 november 2010 - 18:32

    Fijn overzicht, maar her en der heb ik nog wel wat opmerkingen - natuurlijk :) De naam databasejournalistiek suggereert dat het om die database gaat. Dat is natuurlijk niet zo - daar merk je namelijk zowel als journalist als als lezer niets van, van die database. En term die de lading beter dekt, is "platformonafhankelijkheid". Bovendien zit het gebruiken en bewaken van die platformonafhankelijk meer op het niveau van de eindredacteur en hoofdredacteur, en minder op het niveau van de individuele journalist. Ik geloof niet erg in de "multimediajournalist", wel in het inzetten van de juiste journalist voor de juiste klus en op het juiste onderwerp. En daarin heb je dan ook specialisten en ja, ook een enkele generalist (maar specialisme gaat het worden, geloof me :)) Bovendien is de term verwarrend als je bedenkt dat er een nieuwe loot aan de boom van journalistieke vormen is ontstaan, en die heet datajournalistiek. Dat is de vorm die journalistiek maakt van het doorzoeken van databases à la die van bijvoorbeeld Wikileaks, of die grote hoeveelheden data zo visualiseert dat je er als lezer chocola van kan maken. Niets te maken heeft dat dus met de kijk op journalistiek van Stekelenburg. Waarom bedrijfscommunicatie niet voorop kan lopen, begrijp ik niet. Als er ergens een kans is, is het in de bedrijfscommunciatie, waar niet met alles meteen geld verdiend hoeft te worden, maar het doel van de communicatie voorop kan staan, en je bovendien je lezerspubliek véél beter kent.

Drie nieuwe supermarktbladen

16 april 2012

Allerhande, maak je borst maar nat! De afgelopen tijd zagen drie nieuwe supermarktmagazines het licht. Coop, C1000 en Jumbo komen ieder met een eigen tijdschrift. BJ.nl deed vergelijkend warenonderzoek. lees verder

CHECK CHECK CHECK

3 april 2012

In de journalistieke waan van de dag worden we soms slordig. Slikken we zaken misschien wel eens voor zoete koek. Maar het kan geen kwaad om feiten en bronnen te checken. Je artikel, blad, nieuwsbrief of website wordt er beter van. Check! Les 1 van het vak Journalistieke Technieken op de School voor Journalistiek begint er zo ongeveer mee: check de feiten en check je bronnen. lees verder