Binnenkijken
Opportuun: relevant maar eenvormig
De maatschappelijke relevantie is niet van de lucht in personeelsblad Opportuun van het Openbaar Ministerie. Je valt als lezer van de ene verbazing in de andere. Een inhoudelijk personeelsblad met lef. Eén kanttekening: het kan meer afwisseling gebruiken.
Zeven keer haalden onderwerpen uit Opportuun tussen mei 2003 en juni 2004 de landelijke pers. Mooie score, en hoewel dit niet het doel van de redactie zal zijn, betekent het dat de journalisten relevante zaken boven water halen en de kritische blik van de buitenstaander niet schuwen. Dat leidt tot een uitermate geloofwaardig blad.

Open en smakelijk
Een illustratie daarvan krijg je al direct in het openingsartikel van nummer 11 in 2004. Een interview met de Rotterdamse officier van Justitie Herman Harmeijer schetst een beeld van de kosten die gepaard gaan met drugsvernietiging. ‘Geinig,’ denk ik dan, ‘een personeelsblad dat opent met een artikel over kosten. Dat zie je niet vaak.’ Niet alleen krijg je inzicht in de tomeloze creativiteit van drugssmokkelaars (‘3,5 kilo cocaïne opgelost in vijf liter wijn, die door een bemanningslid van een zeeschip aan land werd gedragen’), maar ook over het geld dat het Openbaar Ministerie opstrijkt door zelf het ‘restmateriaal’ te verkopen: vismeel - met gezondheidscertificaat - dat 36 duizend euro oplevert. Harmeijer voegt er fijntjes aan toe dat zelf verhandelen meer oplevert dan de verkoop via de dienst der Domeinen. Kijk, zo open en smakelijk zie je het niet vaak.

Beetje puzzelen
Naarmate je verder in het blad bladert, wordt duidelijk dat Opportuun visueel niet erg prikkelt. Vlakke kleuren, veel tekst, functionele fotografie en weinig duidelijkheid over de prioriteiten die de redactie stelt. Een voorbeeld van te veel tekst en te weinig paginahiërarchie zie je op pagina 6 en 7. De vormgeving maakt ten eerste niet meteen duidelijk dat de rechterpagina om een stelling draait waarop drie mensen hun reactie geven. De richtingaanwijzers aan de bovenzijde van de pagina vechten om aandacht. Wie aanvankelijk denkt dat ‘rechtstreeks’ de rubriek is, komt er even later achter dat het hier eigenlijk om een stelling met reacties gaat en dat de lezer zelf ook via intranet of internet kan reageren. Je moet een beetje puzzelen. Maar waarschijnlijk weet de doelgroep wel hoe het blad gelezen dient te worden.

Stijlbloempje
In de interviews doen de journalisten hun best om de geïnterviewden als weldenkende en maatschappelijk betrokken mensen neer te zetten. Dat lukt heel behoorlijk. Het leest lekker weg. Op pagina 8 en 9 kunnen we lezen dat jeugdrechter Romke de Vries geen last heeft van zijn uitzicht op ‘metersdikke rijen stilstaand blik op wielen’. Want hij woont ‘lekker buiten de stad’. Dat er dan af en toe een stijlbloempje voorbij komt, zij de redactie vergeven: ‘De vaal witte torens van de Amsterdamse rechtbank steken fel af tegen de lucht’.
Het lukt het blad taaie materie en stevige argumentaties op een persoonlijke manier te brengen. Als je eenmaal leest, lees je ook door. Het is wel de vraag of dit voldoende is om ook minder hoog opgeleiden in de organisatie aan het lezen te krijgen. Want zoals gezegd, loopt dit blad over van vakgerichte berichten en serieuze onderwerpen en zijn er bijna geen korte leuke rubriekjes ter afwisseling. Wat meer human interest en luchtigheid zou geen kwaad kunnen, met name aan het slot van het blad.

Meer publieksblad
Op de achterpagina een leuke uitsmijter: een fotorubriek die per tijdstip uitlegt wat je te zien krijgt. Helaas is dit vrijwel het enige moment dat het blad een onderscheidend genre kiest. Waarom niet eens een portret, profiel, reconstructie, dagboek of vraag-antwoordvorm ter afwisseling? Het zijn citaten afgewisseld met beschrijvingen van de journalist die de klok slaan. Die eenvormigheid wordt nog eens versterkt doordat overal dezelfde richtingaanwijzers (genre- en rubrieksaanduidingen) worden geplaatst.
Kortom, het blad is inhoudelijk uitstekend, maar zou meer op een publieksblad en minder op een vakblad kunnen lijken. Mijn vermoeden is dat de redactie daarmee een bredere laag van het personeel zou kunnen aanspreken en beïnvloeden.
Er zijn nog geen reacties op dit artikel
Fab for me?
Ik ben over de veertig. Al jaren zelfs, al voelt het niet zo. Dat maakt mij tot de aspiratiepersoon van de nieuwe Sanomababy: fab. Een magazine voor vrouwen van (ongeveer) veertig die zich meer dertig voelen. Is fab een blad voor mij? 47 ben ik. Ja, ik weet het, dat klinkt niet best. Maar zoals gezegd: zo voelt het niet. Het nieuwe fab-magazine zou dus zomaar mijn lijfblad kunnen worden. Want het thema van het magazine is: veertig is het nieuwe dertig. Lucky me. Ik vecht al jaren tegen de jaren. Topmodel Heidi Klum (38) lacht mij toe vanaf de cover. En even later ook Maxima (40), Halle Berry (45) en topmodel Frederique van der Wal (44). Het kan dus gewoon, meedoen boven de veertig. En dat vinden de dames zelf ook: veertig is het nieuwe dertig. lees verder
360; de lezer werkt zich een slag in de rondte
Een ding is zeker: wie zich waagt aan ‘ 360 – het beste uit de internationale pers ’ moet kunnen puzzelen. Het blad behelst een verzameling invloedrijke of opvallende artikelen uit de pers wereldwijd. Een prachtig streven in een wereld met overvloedig aanwezige informatie waarin we begeleiding en selectie kunnen gebruiken. Het blad meet naar boven afgerond 25 bij 34 centimeter, is gedrukt op veredeld krantenpapier en komt qua uitstraling in de buurt van de Intermediair. Al bladerend vlieg je van de ene uithoek op de wereld naar de andere. lees verder
