Interview

‘Jullie zijn niet zo bijzonder’

Door Fred Hermsen 1 november 2004

0 reacties

Organisatiepsycholoog Kees Wisman van Schouten Nelissen heeft ervaring in het leiden van workshops ‘klantcontact’ voor bedrijfsjournalisten. Zijn oordeel: ‘Bedrijfsjournalisten staren zich soms blind op hun vakmanschap.’

Van bedrijfsjournalisten mag je verwachten dat ze met enige distantie en een kritisch oog naar ontwikkelingen in de organisatie kunnen kijken. Zij moeten de voor de doelgroep relevante vragen stellen. Tegelijkertijd zijn ze afhankelijk van de medewerking en goedkeuring van praktisch iedereen waarmee ze in hun vak te maken krijgen. Dat vergt de nodige sociale acrobatiek. En val je eens van het dunne koord, dan ontstaat al snel irritatie tussen de journalist en de opdrachtgever. De opdrachtgever, dikwijls een eindredacteur, doet dan in de ogen van de journalist veel te veel water bij de wijn (waardoor onleesbare artikelen ontstaan of een halfzacht blad) en de journalist krijgt het verwijt dat hij een drammer is zonder oog voor de context van de organisatie. Een onoplosbaar dilemma? We vroegen het organisatiepsycholoog Kees Wisman van Schouten Nelissen.

U heeft vaker workshops ‘klantcontact’ gegeven aan bedrijfsjournalisten. Wat valt u daarbij op?
‘Bedrijfsjournalisten denken al snel dat hun situatie uniek is. Maar je kunt ze simpelweg zien als experts die geneigd zijn te veel in termen van hun vakmanschap te denken en communiceren. Ze beseffen te weinig dat ze een dienstverlener, een professional zijn. Hun problematiek is precies dezelfde als van de ingehuurde accountant, ICT’er of organisatiedeskundige. Ze leveren een product dat wordt beoordeeld op de toegevoegde waarde voor de organisatie, en moeten zich dan ook zeer bewust zijn van de werkelijkheid binnen de organisatie van de opdrachtgever. Je streeft als professional dus niet in eerste instantie naar de beste financiële rapportage, het beste ICT-systeem of het beste advies. Vakmanschap is het middel, geen doel. Het gaat erom dat je product of dienst ook wordt geaccepteerd door de opdrachtgever.’

Kan ik daaruit opmaken dat het bij bedrijfsjournalisten nogal eens schort aan vaardigheden op het relationele vlak?
‘Inderdaad. Journalisten zijn doeners, willen vooral “aan de slag”. Ik heb gemerkt dat sommige bedrijfsjournalisten bijvoorbeeld in hun enthousiasme een blad maken zonder dat zij ooit de hand hebben geschud van de hoofdredacteur. Dat is niet zo handig. Want gaat er iets mis in de processen, dan heb je geen sociaal contract op basis waarvan je tot oplossingen kunt komen. E-mailen werkt dan alleen maar vervreemdend. Wat mij opviel in de redactieprocessen is dat redacteuren een sterke nadruk leggen op het halen van deadlines, zonder daarbij terug te deinzen voor het nodige overwerk. Dat doen ze zonder expliciet over de randvoorwaarden van hun werk te hebben gecommuniceerd.’

Niet goed?
‘Nee. Ten eerste illustreert dit het solisme van de redacteur, die vaak het gevoel heeft dat hij het allemaal het beste zelf kan doen. Terwijl je met name als eindredacteur het vermogen en vertrouwen moet hebben om sommige zaken ook “los te laten” en te delegeren, ook aan je opdrachtgever. Anders word je ongelukkig en je opdrachtgever merkt dat.
Daarnaast moet je als professional uitgaan van een optimale samenwerking, waarbinnen je zorgvuldig hebt gecommuniceerd over de randvoorwaarden van je werk en het resultaat dat je nastreeft. Dus ik raad aan: communiceer eens wat vaker en structureler met je opdrachtgever. En doe ook aan metacommunicatie. Luister naar de randvoorwaarden die de opdrachtgever stelt, en bespreek de randvoorwaarden die jij nodig hebt om je werk goed te kunnen uitvoeren.’

Je zou toch denken dat zeker (bedrijfs)journalisten goed zijn in communiceren …
‘Kennelijk zijn ze hier nog lang niet altijd toe in staat. Een voorbeeld. Toen ik in een workshop vroeg naar klachten die bedrijfsjournalisten hadden over hun werk, kwamen de tongen wel los. Toen ik later vroeg naar de randvoorwaarden die ze nodig hebben om hun werk goed uit te voeren, bleef het heel wat stiller. Terwijl het in feite over dezelfde zaken gaat, maar dan vanuit een andere invalshoek bekeken. Echt hoor, nadenken en communiceren over de wederzijdse randvoorwaarden - en daarmee werken aan de relatie - is een must voor iedere professional, dus net zo goed voor een ingehuurde boekhouder als voor een bedrijfsjournalist. Jullie zijn niet zo bijzonder als je denkt.’

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit artikel

vws#Dia: meer interactie mogelijk

1 februari 2012

Terwijl veel ministeries hun personeelsblad ophieven, ontwikkelde Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) een combinatie van een digitaal en papieren magazine. Hoofdredacteur Rob Langeveld zoekt naar manieren om de bezoeker van digimagazine vws#Dia langer vast te houden dan een quick look. Was het voor vws#Dia een ambitie om trendsetter te zijn bij de rijksoverheid? "Nee, bovendien zijn we niet de eerste. Zo kwam de Rijksgebouwendienst eind vorig jaar met een digitaal magazine, Kort Bestek. vws#Dia biedt VWS meer mogelijkheden, naast de papieren Diagonaal die nog steeds vier keer per jaar verschijnt. Een digitaal magazine maakt bijvoorbeeld meer interactie mogelijk, dat was een nadrukkelijke wens van het ministerie. Bovendien is uitgangspunt van het Rijk om zoveel mogelijk digitaal te doen. Veel andere ministeries hieven het personeelsblad op, wij zijn tijdig op zoek gegaan naar een alternatief." lees verder

BRUCE: van magazine tot soeppakje

3 januari 2012

Alweer een prijs voor BRUCE magazine. In Londen won het Belgische bureau Het Salon de Content Marketing Award 2011 in de categorie ‘Best integrated marketing solution of the year’. In 2009 en 2010 sleepte het blad over marketing en communicatie ook al twee SMIN-prijzen in de wacht. Wat is het geheim van Bruce? We vroegen het aan hoofdredacteur Willem-Jan van Ekert. lees verder