Interview
Huib Bosland blikt terug
Ondanks verregaande professionalisering kampen bedrijfsjournalisten anno 2004 met vergelijkbare problemen als een halve eeuw geleden, blijkt uit de verhalen van Huib Bosland, chef-redacteur van het toenmalige personeelsblad van Unilever en medeoprichter een van de voorlopers van de Beroepsvereniging voor Communicatie.
‘Zij moge soms te weinig omschreven en soms teveel aan teugels liggend zijn: zij is wat men er van maakt’.
Memorabele woorden van chef-redacteur Huib Bosland (1920) van Op Eigen Terrein, het personeelsblad van Unilever Nederland in zijn paginagrote afscheidsbrief aan de lezer op 16 december 1982. Hij doelde hiermee op de bedrijfsjournalistiek, het vak dat hij de 29 jaar daarvoor bij Unilever had uitgeoefend. Een mooi vak, met kritiek-, maar ook zeker ook veel pluspunten, concludeerde hij toen al:
‘Naast beperking die een mens bij zichzelf moet zoeken, betreur ik dat vogel en afdeling in verwachte opvlucht soms werden gekortwiekt. Er had méér kunnen gebeuren, maar ik voel mij toch bevoorrecht: als bedrijfsredacteur kent men als in weinig andere takken van journalistiek zijn lezers. Naast alle zakelijke informatie gaat het immers in de eerste plaats om hen.’
Hoe kwam die gerichtheid op de lezer tot uiting in het blad?
‘Op Eigen Terrein was het personeelsblad voor het hoofdkantoor en alle bedrijven van Unilever in Nederland. Als bedrijfsblad waren we in zoverre atypisch dat elke vestiging haar eigen editie had. Elke veertien dagen kwamen vertegenwoordigers van al die locaties bijeen. Zij hadden hun inbreng bij de vaste rubrieken, maar de redactie bepaalde de inhoud van het blad. We hadden nieuws over de bedrijven, reportages op locatie, maar ook veel aandacht voor de personeelsleden, die vertelden over hun werk of hobby’s.’
U spreekt in uw brief over ‘gekortwiekte’ journalistiek. In hoeverre werd u beperkt in uw schrijven?
‘We werden redelijk vrij gelaten. Maar als er een extern oogpunt aan het onderwerp zat, of als je te veel op beslissingen van de directie vooruitliep, ging er een kopietje naar de Persdienst. En die had altijd nog flink wat te beitelen. Je merkte soms ook wel dat het opeens stil werd, als je de directiekamer binnenkwam, maar dan ging ik gewoon later nog eens langs. Er was altijd wel over te praten, en als je geluk had kwam er dan nog wel iets bruikbaars los. Andere keren ging ik er niet tegenin. Dan vond ik het argument dat het nog te vroeg was om erover te berichten, aanvaardbaar. In andere gevallen probeerde ik toch zo ver mogelijk te gaan. Op zo’n manier dat het er misschien niet precies stond, maar dat er wel het een en ander te interpreteren viel.’
Daar was de baas vast niet altijd blij mee…
‘Ik heb eens op het laatste moment een nieuwtje uit de ondernemingsraad op de voorpagina geplaatst en dat vond de directeur erg vervelend. Waarom ik dat nou had gedaan. Ik zei dat ik het niet meer kon veranderen, omdat we snel moesten drukken. “Had op die lege plek dan een foto van een leuke meid geplaatst!”, reageerde hij. Nou, dat soort taal had ik nog nooit van hem gehoord.’
Was er ruimte voor bedrijfsgevoelige informatie?
‘We hebben een aantal jaren een managersbulletin gehad, waarin zaken aan de orde zouden worden gesteld die verder niet naar buiten mochten komen. Managers kregen dat persoonlijk toegestuurd, met de mededeling dat ze het niet mochten laten rondslingeren, maar dat ging natuurlijk weleens fout. Het blad zou dus de meest interessante informatie moeten geven, maar het werd zo wollig en voorzichtig geschreven dat niemand er tevreden mee was. Het bulletin – dat een groene kop had – werd in wandelgangen al snel de Groene Lach genoemd.’
U heeft dertig jaar journalistieke ervaring. Heeft u nog ontwikkelingen voor uw neus op de werkvloer zien plaatsvinden?
‘Over het algemeen zag je de openheid steeds meer toenemen. Er kwamen natuurlijk veel nieuwe mensen binnen, de ene wat meer open dan de ander, maar de oude functionarissen uit de begintijd, die opstonden en een buiging maakten als de directeur langskwam, verdwenen. Het gaat natuurlijk wel altijd in golven. In moeilijke tijden is er altijd wat minder armslag; dat zie je ook nu nog.’
Wat betekende dit voor het werkveld?
‘Het werd steeds meer een vak en kreeg ook een sterkere plek in de organisatie. Het gros van de bedrijfsbladen werd gemaakt door parttimers. De directiesecretaris of de chef-boekhouding die het leuk vond om het blad erbij te doen. Aan de andere kant had je degenen die gespecialiseerd waren, en vanuit die groep ontstond in 1968 ook de Vereniging voor Bedrijfsredacteuren in Nederland (VBN). We gaven een blad uit en daarnaast kwamen bij elkaar om ervaringen en tips uit te wisselen, raad te geven bij moeilijke gevallen, maar ook af en toe wel om steun te geven als een redacteur – die in z’n eentje een blad maakte – kwam uithuilen. Het was vooral ook bedoeld om bedrijven te laten zien dat het een vak van statuur was, waar rekening mee moest worden gehouden. En dat werkte.’
Wat is u van uw tijd als bedrijfsjournalist het meest bijgebleven?
‘De contacten binnen het bedrijf, van hoog tot laag. Die hebben me altijd goed gedaan. Ik heb eens een briefje gekregen op mijn bureau van een arbeider van een van de fabrieken die onder andere schreef: “U bent één van ons”. Dat briefje heb ik altijd bewaard. Want daarin vond ik eigenlijk een waardevol teken van hoe mensen op de fabriek over mij als redacteur en over het blad dachten.’
Huib Bosland trad na zijn studie aan de Nederlandse Economische Hogeschool (nu de Erasmus Universiteit), in 1953 in dienst bij Unilever. Daar was hij tot eind 1982 werkzaam als hoofd van de afdeling Personeelsvoorlichting en chef-redacteur van het personeelsblad Op Eigen Terrein. Hij stond ook aan de wieg van de Vereniging voor Bedrijfsredacteuren - een van de voorlopers van de Beroepsvereniging voor Communicatie -, en was Secretaris-generaal van de Europese federatie voor bedrijfsjournalisten, de FEIEA (Federation of European Industrial Editors Associations). In 1974 verscheen van zijn hand het boekje ‘Personeelsbladen. Journalistiek tegen de verdrukking in’ (Nieuwspoortreeks).
-
Zoals boven aangegeven door Andrea Dobbe, is mijn vader Huib Bosland erelid van Logeion dat voorheen denk ik de vereniging van bedrijfsredacteuren was. Echter onder de lijst van ereleden verschijnt zijn naam niet. Wie is in staat daarin verandering te brengen? Huib is nu erg oud en woont thans op het volgende adres: De Herbergier, Hoofdstraat 9, 6881 TA Velp (Gld). Maarten Bosland
-
Hr. Bosland is erelid van Logeion en leeft nog steeds. Adres: Huib Bosland Reinaldstraat 91 6883 HL VELP GLD
-
Een vraag: Leeft Huib Bosland, mijn studiegenoot nog? In onze studiejaren, toen hij in Dordrecht woonde, waren we zeer bevriend. Door mijn latere omzwervingen hebben wij het contact verloren. Jammer. Hij woonde later in Velp, als ik me niet vergis.Als hij nog leeft, wat is zijn adres? Dank U ! Jan L. Wage (Boek-Auteur)
vws#Dia: meer interactie mogelijk
Terwijl veel ministeries hun personeelsblad ophieven, ontwikkelde Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) een combinatie van een digitaal en papieren magazine. Hoofdredacteur Rob Langeveld zoekt naar manieren om de bezoeker van digimagazine vws#Dia langer vast te houden dan een quick look. Was het voor vws#Dia een ambitie om trendsetter te zijn bij de rijksoverheid? "Nee, bovendien zijn we niet de eerste. Zo kwam de Rijksgebouwendienst eind vorig jaar met een digitaal magazine, Kort Bestek. vws#Dia biedt VWS meer mogelijkheden, naast de papieren Diagonaal die nog steeds vier keer per jaar verschijnt. Een digitaal magazine maakt bijvoorbeeld meer interactie mogelijk, dat was een nadrukkelijke wens van het ministerie. Bovendien is uitgangspunt van het Rijk om zoveel mogelijk digitaal te doen. Veel andere ministeries hieven het personeelsblad op, wij zijn tijdig op zoek gegaan naar een alternatief." lees verder
BRUCE: van magazine tot soeppakje
Alweer een prijs voor BRUCE magazine. In Londen won het Belgische bureau Het Salon de Content Marketing Award 2011 in de categorie ‘Best integrated marketing solution of the year’. In 2009 en 2010 sleepte het blad over marketing en communicatie ook al twee SMIN-prijzen in de wacht. Wat is het geheim van Bruce? We vroegen het aan hoofdredacteur Willem-Jan van Ekert. lees verder
