Praktisch
Het allerbeste artikel in twee vragen
De juiste invalshoek vinden is helemaal niet moeilijk. Toch gaat het bijna altijd mis. Lees daarom voortaan je briefing liever niet, maar stel altijd dezelfde vragen.
Er is maar één goed artikel en dat is dat artikel waarin precies stond wat je wilde weten. Daarom geldt in de bedrijfsjournalistiek een belangrijke vuistregel: de baas bepaalt het onderwerp, de lezer de invalshoek. Maar wat wil die lezer nu eigenlijk weten? Simpel: we houden ons aan twee onnozele vragen, die we aan iedereen stellen: de opdrachtgever, de eindredacteur, de interviewkandidaat:
1. Hoe wordt het dagelijks werk van de lezer beter (of slechter) van deze informatie?
2. Waarom moet de lezer dit nú weten?
Dat gaat ongeveer zo.
De gemeente Doorn centraliseert haar facilitaire voorzieningen
Briefing: schrijf een artikel van 1000 woorden op basis van een gesprek met de gemeentesecretaris die deze centralisering heeft bedacht en uitgevoerd. Het project is net met succes afgerond.
Opdrachtgever: Graag een interview met de gemeentesecretaris over de centralisering van de facilitaire voorzieningen.
Jij: Waarom?
Opdrachtgever: Omdat het haar idee is. Ze kan heel inspirerend uitleggen wat dit oplevert.
Jij: Wat levert het dan op?
Opdrachtgever: Honderdduizenden euro’s.
Jij: Wat merkt de lezer, beleidsmedewerker Kees, hier nu eigenlijk van?
Opdrachtgever: Nou, we moeten bezuinigen hè? Dankzij deze actie zijn we een heel eind.
Jij: Dus Kees wordt niet ontslagen omdat de voorzieningen worden gecentraliseerd?
Opdrachtgever: Op de lange termijn zou je dat kunnen zeggen.
Jij: Hoe lange termijn?
Opdrachtgever: Nou ja, op een gegeven moment moeten er mensen uit, als we niet bezuinigen. Maar je weet hoe dat gaat bij de overheid.
Jij: Wat merkt hij er nú van?
Opdrachtgever: Dat we goed bezig zijn, dat we onze taakstelling halen.
Jij: Goed, ik probeer dit even duidelijk voor me te zien. Kees komt op kantoor, hangt zijn jas op, groet zijn collega’s, gaat zitten en roept: verhip, kijk nou, we zijn goed bezig, we halen onze taakstelling.
Opdrachtgever: Dat leest hij dan in het personeelsblad.
Jij: En alles gaat anders de rest van de dag, nee de rest van zijn leven!
Opdrachtgever: Dat niet, nee.
Jij: Hing zijn baan er vanaf? Dacht hij vannacht: oh, laat ze alsjeblieft de voorzieningen centraliseren?
Opdrachtgever: Ik denk het niet.
Jij: Stel dat we dit verhaal niet doen, wanneer merkt Kees dan iets van die centralisering?
Opdrachtgever: Eh… nou, als hij pennen gaat halen. Of postzegels. Of een pak papier voor de printer.
Jij: Ah! En wat merkt hij dan?
Opdrachtgever: Dan is het kamertje waar hij heen loopt leeg. Annie is weg!
Jij: Jeetje, da’s balen. Niemand vertelt hem ook ooit iets. En waar moet hij dan heen?
Opdrachtgever: Naar ons prachtige nieuwe centrale ondersteuningskantoor op het Stadhuis.
Jij: Want Kees, onze ijkpersoon, werkt op één van de dislocaties hè?
Opdrachtgever: Inderdaad.
Jij: Nou, dan weet ik waar ik over ga schrijven.
Opdrachtgever: En de gemeentesecretaris dan?
Jij: Wil die vertellen waar de pennen zijn?
Ingenieursbureau het Zuinige Zonnepaneeltje gaat verhuizen
Briefing: graag het laatste nieuws over de verhuizing, bel maar even met de stafmedewerker die de verhuizing aan het regelen is.
Opdrachtgever: Misschien moeten we nog wat met de verhuizing doen.
Jij: Waarom? Het nieuwe pand is hiernaast, ze zien het gebouwd worden.
Opdrachtgever: Nou ja, het is nogal ingrijpend voor de medewerkers.
Jij: Maar ze weten het toch al?
Opdrachtgever: Er is nu een vlekkenplan, waarop je kan zien waar de afdelingen straks gaan zitten.
Jij: Kan Ingenieur Jan-Hendrik daarop vinden waar hij gaat zitten?
Opdrachtgever: Nee, dat wordt nog uitgezocht. Je kunt alleen zien hoe groot de verschillende werkplekken zijn. Het is de basis voor de planning.
Jij: Hum, dus kunnen we alleen zeggen dat we ermee bezig zijn.
Opdrachtgever: Ja, eigenlijk wel.
Jij: Kunnen we vertellen wanneer we kunnen vertellen waar ze zitten? Want dat zou Jan-Hendrik wel willen weten.
Opdrachtgever: Hmm, lastig. Ik denk dat dat pas rond de verhuizing definitief is, als ik eerlijk ben. Het moet nog langs de teammanagers en…
Jij: Laat maar.
Opdrachtgever: Wacht, ik weet iets: we kunnen vertellen dat we speciale creatieve werkplekken krijgen met raketstoelen en een breedbeeld.
Jij: Is dat nieuws, dat het er komt?
Opdrachtgever: Nee, dat is wel eens besproken. Maar er zijn nu tekeningen. Hoe het eruit gaat zien. En de stoelen zijn besteld.
Jij: Ik word er niet warm van, eerlijk gezegd. Waarom moet Jan-Hendrik dat nú nog een keer weten?
Opdrachtgever: Nou, de mensen ervaren de verhuizing nogal als een gevolg van de krimp van het bedrijf, als negatief dus. Terwijl er ook kansen zijn: we gaan anders werken.
Jij: Oh, interessant. Hoe anders dan?
Opdrachtgever: In die creatieve ruimtes gaan nieuwe ideeën ontstaan en kunnen we lanceringen bekijken. We hopen op meer informele idee-uitwisseling.
Jij: Hópen.
Opdrachtgever: Joh, wat ben jij lastig. Laat anders maar. Kennelijk is die verhuizing nog even geen verhaal. Niets aan de hand!
Jij: Wanneer is die verhuizing eigenlijk? Ik weet dat het in oktober is, maar wanneer precies eigenlijk?
Opdrachtgever: 16 oktober.
Jij: Weten de collega’s dat al?
Opdrachtgever: Nee, nou je het zegt. Maar om daar nou een artikel over te schrijven? Dat kunnen we te zijner tijd toch even mailen? Dat ze 16 oktober vrij moeten houden om dozen in en uit te pakken.
Jij: Hee, ik kijk even in de agenda van mijn mobiel: het is op een zaterdag.
Opdrachtgever: Echt waar?
Jij: Dat wist jij niet?
Opdrachtgever (blozend): Eigenlijk wel.
Jij: We gaan op zaterdag verhuizen. Dus mensen moeten op vrijdag hun dozen klaar hebben en zitten op maandag ergens anders?
Opdrachtgever: Nee, iedereen moet op die zaterdag komen verhuizen.
Jij: Dat meen je niet.
Opdrachtgever: Ik zal je nog sterker vertellen, ze mogen het niet opschrijven als overwerk.
Jij: Wat? En daar kom je nu mee! Dat moet iedereen toch weten?
Opdrachtgever: Ik durf het eigenlijk niet te vertellen. Ik probeer de directeur al een tijdje zo gek te krijgen het even te mailen.
Jij: Maar dit is nieuws man, dit kan je toch niet op het laatste moment…
Opdrachtgever: Eigenlijk niet, nee. Maar dat wordt oorlog.
Jij: Is de directeur gek geworden?
Opdrachtgever: Ja, dat gaan ze dan roepen. Terwijl er wel een idee achter zit. Het kost gewoon enorm veel geld. Tweehonderd medewerkers, tweehonderd dagen interne uren erbij!
Jij: En het gaat al zo slecht.
Opdrachtgever: Ze kunnen het voortbestaan van dit bedrijf echt helpen door een dag te komen.
Jij: Dan zeggen we dat toch? Ik bedoel, iedereen weet dat we het moeilijk hebben. Iedereen kan hier wel rekenen. We rekenen gewoon voor wat dat kost. Gewoon de feiten.
Opdrachtgever: Oké, ik zie je punt.
In allebei deze voorbeelden had het kritiekloos volgen van de briefing een heel ander artikel opgeleverd. Kortom: verbrand je briefing, stel alleen die twee vragen – en vraag door! – en je hebt altijd een goed artikel. Waarom ik dit nú aan je vertel? Goede vraag!
Er zijn nog geen reacties op dit artikel
Tien briljante verhalen in tien stappen (deel II)
Pjotr besprak eerder vijf tips om via een checklist aan goede onderwerpen voor een verrassend blad te komen. Nu volgt deel II: je hebt je onderwerpen en dan? lees verder
Tien briljante verhalen in tien stappen (deel I)
Lopen de goede voornemens voor je personeelsblad nú al weer vast in de gebruikelijke agendajournalistiek? Het is nog niet te laat om je jaar te redden door op deze eenvoudige manier je netten uit te gooien. Deel I. Geef toe: jouw grootste probleem is dat je altijd ongeveer dezelfde onderwerpen van ongeveer dezelfde mensen krijgt. Directie, MT, OR, communicatieadviseurs: ze weten je allemaal te vinden. Goed, hun verhalen zijn niet onbelangrijk natuurlijk. Maar een erg verrassend blad maak je er niet mee. Begin het nieuwe jaar goed en stuur dit formulier aan tien zorgvuldig geselecteerde collega’s. Bekijk eerst het formulier goed, lees dan het stappenplan hieronder. lees verder
