Praktisch

Goed afkijken: spelen met je publiek

Door Jeroen Maters 31 januari 2011

0 reacties

Als bladenmakers bespeel je elke keer weer een groot publiek. Net als filmmakers, voetballers, toneelspelers en musici. Hoe brengen zij hun publiek in vervoering? Wat kunnen we van ze leren? Vier lessen.

Voetbal: doe iets wat je voor onmogelijk houdt
Waarom staat dat ene doelpunt van Marco van Basten op je netvlies gebrand? Die volley uit een onmogelijke hoek tegen Rusland in de finale van het EK ’88. Omdat ‘ie zo vaak is herhaald? Misschien. Maar vooral omdat Van Basten iets deed dat onmogelijk leek. Hij had de bal natuurlijk eerst moeten aannemen, en dan passen naar een medespeler. Maar hij pakte de bal in één keer uit de lucht en schoot direct op doel. Het lukte, en ook nog eens op een belangrijk moment.
Als tijdschriftenmaker kun je ook voortdurend de lezers verrassen door dingen te doen die ze niet voor mogelijk houden. De hoog-in-de-boom directeur die eens een keer medewerkers interviewt in plaats van omgedraaid? De tien tips om je project in de soep te laten lopen in plaats van de tien tips om je project te laten slagen. De minister die we thuis zappend op de bank fotograferen in plaats van achter zijn bureau. Een bezuinigingsspecial eenmalig op een A5-formaat uitbrengen in plaats van het standaard A4-formaat. Doe iets wat niemand verwacht. Denk Marco van Basten!

Concert: laat je bloed, zweet en tranen zien
Ik bezocht ooit eens een concert van de Dire Straits in de Kuip. Ik had het gevoel naar de cd te luisteren. Technisch perfect uitgevoerd, maar totáál geen bezieling. Geen verrassende improvisaties, geen interactie met het publiek, als stijve harken op het podium. Nee, dan het concert van Herman Brood in een klein zaaltje in Leiden, twee weken later. Hij speelde zich compleet leeg, stond letterlijk te hijgen op het podium, speelde weergaloze pianosolo’s die zelfs zijn bandleden niet meer konden volgen. Niet alles was technisch perfect, maar het lééfde. Je voelde de wil om tot op het bot te gaan voor het publiek, je voelde de gedrevenheid, het enthousiasme. Als bladenmaker kun je ‘op safe’ spelen en een ‘niks aan de hand’ blad maken. Je maakt het jezelf dan gemakkelijk. Maar je kunt ook bladen maken met emotie, met enthousiasme. Je oprecht kwaad maken over dingen die je in je organisatie ziet, of oprecht blij worden van andere dingen. Maak een punt, maakt niet uit wat voor punt, maar dóe iets. Laat zien dat je betrokken bent. Denk Herman Brood!

Film: een lach en een traan
Welke films van nu worden de klassiekers van de toekomst? Waarschijnlijk zijn dat de films die de kijker meeslepen van de ene emotie in de andere. Dan bescheur je het van het lachen, dan kun je je tranen bijna niet onderdrukken van ontroering. Dan weer een razend spannende scène waarin je op het puntje van je stoel zit, waarbij je de adrenaline door je lijft voelt gieren. Dan weer een rustige scène waarbij ruimte is voor dialogen die je aan het denken zetten, of mooie beelden die je doen mijmeren. Zoals in Le Huitième Jour, met een machtige hoofdrol voor Yves Dutreuil. Ook dát kun je doen in een bedrijfsblad. Op het ene moment lees je een emotioneel verhaal van mensen op een afdeling van wie recentelijk een collega is overleden. Hoe gaan zij daarmee om? Dan zie je een hilarische doe-het-zelf invultest waarin je onderzoekt hoe collegiaal jij eigenlijk bent. Vervolgens kom je in een spannende reconstructie terecht waarin van dag tot dag, van minuut tot minuut staat beschreven wat er gebeurde toen die ene grote order uit Japan binnenkwam. En dan weer een mooi verhaal over de geschiedenis van het bedrijf, die in tekst en foto’s onherroepelijk het gevoel oproepen van toen je zelf net was begonnen bij het bedrijf. Denk Yves Dutreuil!

Toneel: tempowisselingen
Elke toneelspeler zal je zeggen dat één van de belangrijkste manieren om de toeschouwer op het puntje van zijn stoel te houden het tempo van het stuk is. Je moet de vaart erin houden, en tegelijkertijd moet je het tempo variëren. Soms een knetterende ruziescène waarbij de zinnen van de dialoog in salvo’s komen. Dan weer momenten van totale rust. De beste toneelspelers, zoals Gijs Scholten van Aschat, zijn de beste toneelspelers omdat ze vooral dat het beste beheersen. Voor makers van bedrijfsbladen en bedrijfstelevisie geldt niets minder: je moet spelen met het tempo in artikelen en items. Dan weer in razend tempo een aantal stellingen poneren. Dan weer de ruimte nemen om daarop te reflecteren. Dan weer een aantal feiten kort na elkaar. Dan weer de ruimte om meningen en ervaringen weer te geven. Ook bij het opstellen van het blad: tempowisselingen. Dan weer een diepgravend leesartikel, dan weer een vluchtig human interest verhaal, dan weer een vierpagina-artikel, dan weer een spread met een hoop korte feitjes. Niets is zo erg als een blad waarin alle artikelen even lang en even zwaar zijn, en allemaal met dezelfde toon, met hetzelfde ritme. We maken hier geen brochures! Denk Gijs Scholten van Aschat!

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit artikel

Tien briljante verhalen in tien stappen (deel II)

23 februari 2012

Pjotr besprak eerder vijf tips om via een checklist aan goede onderwerpen voor een verrassend blad te komen. Nu volgt deel II: je hebt je onderwerpen en dan? lees verder

Tien briljante verhalen in tien stappen (deel I)

20 februari 2012

Lopen de goede voornemens voor je personeelsblad nú al weer vast in de gebruikelijke agendajournalistiek? Het is nog niet te laat om je jaar te redden door op deze eenvoudige manier je netten uit te gooien. Deel I. Geef toe: jouw grootste probleem is dat je altijd ongeveer dezelfde onderwerpen van ongeveer dezelfde mensen krijgt. Directie, MT, OR, communicatieadviseurs: ze weten je allemaal te vinden. Goed, hun verhalen zijn niet onbelangrijk natuurlijk. Maar een erg verrassend blad maak je er niet mee. Begin het nieuwe jaar goed en stuur dit formulier aan tien zorgvuldig geselecteerde collega’s. Bekijk eerst het formulier goed, lees dan het stappenplan hieronder. lees verder