Interview

Geert-Jan Mellink: ‘Het is altijd een gevecht met de organisatie’

Door Carolien Groeneveld 1 mei 2005

0 reacties

Een dag na Grand Prix 2005 peilt www.bedrijfsjournalistiek.nl de stemming op het ministerie van OCW. Het blad O won daar in de categorie externe bladen. Een paar snelle vragen aan hoofdredacteur Geert-Jan Mellink.

Lekker gevoel om winnaar te zijn van een Grand Prix? Of toch niet, omdat het ministerie heeft besloten eind van dit jaar met O te stoppen?

‘Heel vervelend, ik had het graag anders gezien. Maar toch overheerst op dit moment het blije gevoel. Je krijgt toch waardering van een vakjury die bevestigt wat je eigenlijk al dacht: dat we voor onze doelgroep een erg mooi en inhoudelijk goed blad maken.’

In je dankwoord zei je dat je het winnen van de prijs en het verdwijnen van het blad niet los van elkaar kunt zien. Wat bedoelde je daar precies mee?

‘Er kunnen allerlei redenen zijn om een blad op te heffen. Op zich kunnen die legitiem zijn. Maar de beslissing met O te stoppen, zo kort na de lancering, vind ik nog steeds moeilijk te accepteren. Onbegrijpelijk, zeker nu het blad zo’n prestigieuze prijs heeft gewonnen. In plaats van O moet er nu een volwaardig digitaal alternatief komen, maar dat mag geen formatie kosten. Wie het begrijpt mag het zeggen.’

Je hield overigens een mooie speech. Heb je daar naderhand nog reacties op gekregen?

‘Ja, ik merkte dat het aansloeg. Mensen moesten lachen, vooral om de persoonlijke noot die ik erin had verwerkt. (Zie de speech). Het viel me trouwens wel op dat ik een van de weinige prijswinnaars was die een wat uitgebreider dankwoord had voorbereid.’

De jury sprak in haar rapport lovende woorden over O. De jury roemt de gelegenheid die het blad bestuur en directies van scholen biedt om hun hart te luchten. Er is ruimte voor kritiek op het beleid van de minister en het blad is daardoor geen spreekbuis van het ministerie. Hoe belangrijk is die onafhankelijke positie voor O?

‘Heel belangrijk! We hebben jarenlang een blad uitgebracht dat vereenzelvigd werd met het oude ministerie van OCW, dat de naam had een regelfabriek te zijn. Met het blad dat we nu ruim een jaar maken moeten we het nieuwe OCW verwoorden. Dat staat voor openheid en de dialoog opzoeken met de lezers. We bespreken dus niet alleen de zaken die goed gaan, maar raken ook aan de knelpunten van het onderwijsbeleid.’

Kun je ook minpunten van O noemen?

‘Als blad van een ministerie moet je natuurlijk altijd rekening houden met de ministeriële verantwoordelijkheid. Tegelijkertijd wil je zo open mogelijk zijn en een kritische en onafhankelijke positie innemen. Dan is het jammer dat we geen OCW- ambtenaren met naam en toenaam meer mogen citeren, en moeten terugvallen op officiële woordvoerderslijnen. Dat citeren zou wel moeten kunnen, vind ik. Zo wint het blad aan geloofwaardigheid.’

VROM.nl is een ander blad dat in deze categorie werd genomineerd. Daar ben je zelf ooit hoofdredacteur geweest. Zijn er overeenkomsten of is er juist veel verschil tussen het maken van een blad voor OCW en het maken van een tijdschrift voor VROM?

‘Van VROM.nl ben ik destijds ook de oprichter geweest. Mijn ervaring is dat je bij het opzetten van een blad je eigen koers moet bepalen, en daaraan zoveel mogelijk moet proberen vast te houden. Het is altijd een gevecht dat je levert met de organisatie, waar je als winnaar uit moet komen. Zonder al te star of onverzoenlijk te zijn. Dat was bij VROM.nl zo en nu ook bij O. De focus van VROM.nl is wel heel anders dan O. Dat blad heeft minder artikelen en is breder uitgesponnen. Het beeld neemt qua ruimte een net zo belangrijke positie in als de tekst. Dat is anders bij O.’

Aan beeld en vormgeving zou volgens het juryrapport wat verbeterd kunnen worden. Wat vind je van deze kritiek?

‘Ik trek me de kritiek wel aan. De vormgeving is erg expressief, ik vind het passen bij de uitstraling van het nieuwe ministerie. Maar ik weet nog niet precies hoe we dit gaan aanpassen. Ik denk aan een pas gehouden lezersonderzoek, waarin lezers de vormgeving een frisse uitstraling vonden hebben, maar ik zal het onderzoek er toch nog maar eens naast leggen.’

Wat moeten andere bladenmakers van externe bladen doen om hun blad tot winnaar van een Grand Prix te maken?

‘Bind de mensen aan je blad die bekwaam zijn, maak gebruik van hun professionaliteit. Stippel een duidelijke koers uit voor je blad, en houd je er aan. En onthoud: een blad maken vereist de nodige stuurmanskunst. Verloochen jezelf niet!’






Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit artikel

Van strategie naar begrijpelijke taal

2 juli 2015

Elke maand spreken we iemand uit de bedrijfsjournalistiek over werk, ervaringen en ambities. Nora Grapperhaus is senior communications advisor bij ING en onder meer chief editing officer van ing.world . Dit blad werd afgelopen jaar bij de Grand Prix Customer Media uitgeroepen tot Beste online magazine. Hoe ziet jouw gemiddelde werkweek eruit? ‘Een gemiddelde week? Dat is een beetje afhankelijk van de tijd van het jaar. Begin van het jaar ben ik altijd druk met het jaarverslag en speeches. Ook rondom de kwartaalcijfers heb ik het extra druk. Bovendien verschijnt ing.world altijd in die periodes, dus dat zorgt voor pieken in de werkdrukte. Voor speeches geldt dat je altijd beschikbaar moet zijn, of achtervang moet regelen zeker als het gaat om een speech voor de CEO, omdat er last minute nog veranderingen kunnen komen. Daar moet je gelijk mee aan de slag kunnen. Het Nieuwe Werken heeft hier ook zijn intrede gedaan, maar ik moet zeggen dat ik bijna altijd op kantoor ben. Ik vind het gezelliger en makkelijk om snel bij collega’s aan te kunnen kloppen en niet alles via de mail te doen.’ lees verder

‘Mijn motto is: choose your battles’

9 juni 2015

Elke maand spreken we iemand uit de bedrijfsjournalistiek over werk, ervaringen en ambities. Deze keer Anouska Hoogendoorn (36). Zij is sinds januari 2013 hoofdredacteur van de Havenkrant, blad voor omwonenden van de Rotterdamse haven. Hoe ziet jouw gemiddelde werkweek eruit? ‘Eigenlijk is het hoofdredacteurschap een rol die los staat van mijn normale werk als communicatieadviseur voor het Havenbedrijf Rotterdam. De Havenkrant is een bak met werk. Als hoofdredacteur bewaak ik het journalistieke proces en ben ik vooral bezig met knopen doorhakken. lees verder