Top 5

De beste externe bladen van natuurbeschermers

Door 15 december 2005

1 reactie

Vrijwel elke natuurbeschermingsorganisatie heeft een eigen krant of tijdschrift voor leden, relaties of donateurs. Die uitgaven lijken erg op elkaar. Zij hebben veelal dezelfde rubrieken (stelling, donateur aan het woord, acties) en dezelfde vormgeving: springerig, met veel kadertjes. Terra en Panda springen eruit omdat ze inhoudelijk het meest de diepte ingaan en op een journalistieke manier lastige kwesties helder belichten.

1. Terra (Stichting Natuur en Milieu)

In Terra (8 x per jaar 32 pagina’s) wordt goed het samenspel cq spanningsveld tussen ‘de mens’ en ‘de natuur’ duidelijk. Oprukkende grootwinkelketens in de polder, wonen op het water, ‘kom niet aan mijn boom!’. Dat leidt tot interessante onderwerpen en afgewogen journalistieke artikelen, waarbij Terra niet op de barricaden staat, maar waarin ruimte is voor voors en tegens. Ook is er een goede balans tussen politiek getinte onderwerpen en onderwerpen uit de alledaagse praktijk. Genres wisseleln elkaar af op een prettige manier. Toch moet je als lezer soms moeite doen om bij de les te blijven. Spannende innovatieve vondsten kom je niet tegen: tekst, beeld, vorm, rubrieken: het is netjes verzorgd, maar weinig verrassend.

2. Panda (Wereld Natuur Fonds)

Waar je misschien mooie verhalen over mooie dieren verwacht, krijg je in WNF’s Panda (4x per jaar 36 pagina’s) vooral inhoudelijke informatie over natuurbeschermingsbeleid en -uitvoering. Dat is te prijzen, want de lezers zijn er waarschijnlijk al van overtuigd dát dieren en planten moeten worden beschermd; zij weten daarentegen nog niet hóe dat gebeurt. Dus geen heppie-de-peppie verhalen over de terugkeer van de Afrikaanse olifant, maar een goed afgewogen verhaal waarin ook de nadelen worden belicht. Kortom: een goed journalistiek blad, dat mede door de aantrekkelijke fotografie en kleurrijke vormgeving niet te zwaar op de maag ligt. Leuk: de rubriek ‘Hartelijk dank’, waarin staat wie hoeveel heeft gegeven aan het WNF en om welke reden of via welke bijzondere inzamelingsactie. Waarbij telkens één gulle gever wordt uitgelicht.

 

3. Onverwacht Nederland(Staatsbosbeheer)

Is het een bedrijfsblad of niet? Voor Onverwacht Nederland (4 x per jaar 56 pagina's) moet je 3 euro betalen. Uitgever Staatsbosbeheer wil kennelijk méér dan vertellen over Staatsbosbeheer; het wil er ook geld mee verdienen. In het oog springt het vierkante formaat. Het binnenwerk biedt de standaard indeling column - inhoud - fotospread - kort spul - groot interview - fotorepo - achtergrondartikel etc., om te eindigen met wat need to knowinformatie over Staatsbosbeheer zelf. Niet heel spannend, wel een lekker, professioneel gemaakt lees- en kijkblad. In bijna elk artikel komt Staatsbosbeheer aan bod, maar storend is dat niet.

4. Natuurbehoud (Natuurmonumenten)

‘Natuur voor beginners’. Zo zou je Natuurbehoud (4x per jaar 48 pagina’s) van Natuurmonumenten kunnen kenschetsen. Als het de bedoeling is om mensen die nauwelijks in de natuur komen lekker te maken voor de natuur, slaagt het blad daar goed in. Als het blad (ook) bedoeld is voor de meer ervaren natuurgenieter, dan zijn de teksten te oppervlakkig. ‘Wind, water en zand bepalen voor een groot deel hoe Schiermonnikoog eruit ziet’, dergelijke feiten leerde menigeen al op de basisschool. Wél goed is dat er goed wordt aangegeven waar het geld van donateurs zoal naartoe gaat, en dat er veel aanbiedingen voor lezers in het blad staan. De vormgeving is afwisselend, maar ook wat rommelig door het gebrek aan hiërarchie op de spreads. Op zich mooie foto’s komen daardoor soms te weinig tot hun recht.

5. Vogels (Vogelbescherming Nederland)

Vogels (5x per jaar 40 pagina’s) is een fijn blad. Een rustige vormgeving en een prettig bladritme, mooie foto’s, goede balans tussen bladpijlers, vlotte teksten en koppen (‘Windmolen geen gehaktmolen’), artikelen die diep genoeg gaan om er wat van op te steken, een prettige balans tussen aandacht voor vogels en voor de uitgevende Vogelbescherming. Vogels is toegankelijk, en dat siert de redactie. Want het risico van een te specialistisch blad voor een klein groepje fanatieke vogelaars ligt op de loer. Toch is er nog wel wat te wensen. Zo zou je af en toe ook wel eens collega-vogelaars willen zien en horen in plaats van alleen vogelfoto’s. De oververtegenwoordiging van stockfoto’s met portretten van vogels valt op. Die foto’s tref je bijvoorbeeld ook aan bij een artikel over reislustige vogels in de achtertuin. Je ziet geen reizende vogels én geen achtertuin, maar portretten. Ook zou er meer afwisseling in schrijfstijl kunnen. Het blad bevat nu veel essayistische achtergrondartikelen en weinig reportages, interviews of andere spannende genres.

6. TamTam (WNF)

TamTam roept nostalgische gevoelens op aan de eigen lagere schooltijd. Dat het blad (10 x per jaar 24 pagina’s) al zo lang bestaat, is niet vreemd. Het slaagt er prima in om op een heel toegankelijke manier scholieren te betrekken bij natuur(bescherming) en ook alvast een beetje bij het WNF via de WNF Rangerclub. Veel stripjes, foto’s, feitjes, top-tienen, tips, vrolijke koppen en dito (ultrakorte) teksten. Aanbiedingen en acties ontbreken niet. Een poster in het midden! (Da’s waar ook, posters!) Ook kinderen zélf komen in woord en beeld. Een lekker blad om doorheen te zappen, stiekem ook wel een beetje voor de ouders.

7. Mijn Landschap (Utrechts Landschap)

Net als Onverwacht Nederland een vierkant blad, maar wel iets minder mooi. In inhoud lijkt het op broertje Landschap (Zuid-Hollands Landschap), maar meer verzorgd en vooral ook iets leesbaardere teksten. Goed: veel tips en aanbiedingen, elk blad nodigt daardoor uit om het Utrechts Landschap te gaan verkennen. Leuk ook: de kinderpagina achterin met allerlei weetjes. Kan beter: bladritme (met name de afwisseling grote artikelen - kleine artikelen - rubrieken). Oogt nu een beetje ongestructureerd.

8. Greenpeace (Greenpeace)

De krant van Greenpeace heet Greenpeace (vier keer per kaar 8 pagina’s). Het blad bestaat geheel uit rubrieken en rubrieken ín rubrieken. Met bij elke rubriek een bijpassend symbooltje. Die overdaad schaadt. Doordat de rubrieken veelal even groot zijn, met even grote koppen en foto’s, weet je niet meer waar je moet beginnen met lezen en blader je maar door. Als je zou blijven hangen, lees je veel over waar Greenpeace zich in Nederland en wereldwijd mee bezig houdt. Goed om zo’n overzicht te hebben, je weet dan waar je geld heen gaat. Maar soms zou je wel eens wat méér willen weten over zo’n project. Met uitzondering van een feature in het hart van de krant staat het format dat helaas niet toe.

9. Dier (Dierenbescherming)

Minder gelikt dan andere bladen: minder gestyleerde foto’s en stockfoto’s, meer journalistieke foto’s. Bijvoorbeeld: géén foto’s van mooie honden die je in andere bladen tegen zou komen, maar juist foto’s van uitgemergelde honden. Geen foto van tien mooie vogels in de lucht, maar één foto van een tegen een geluidsscherm te pletter gevlogen eend. Ook de vormgeving van Dier (4x per jaar 40 pagina’s) is veel meer down to earth. Dat levert misschien voor de gemiddelde lezer een wat minder mooi blad op, maar het blad past wél bij het karakter van de Dierenbescherming en dat is belangrijk. Overigens is het niet alléén kommer en kwel in dierenland. Hoe het wél kan, vertelt het blad ook. Bijvoorbeeld in een coverartikel over een hond in een asiel die weer een baasje kreeg.

10. Zuid-Hollands Landschap

Nog een blad met dezelfde naam als de uitgever: Zuid-Hollands Landschap (4x per jaar 32 pagina’s). Als je bedenkt dat de uitgevende organisatie een stuk kleiner is dan veel andere organisaties in deze ranglijst, doet het blad in inhoud, vorm, frequentie en omvang opmerkelijk goed mee. Het ziet er allemaal nét iets meer statisch uit, en de formule is nét iets minder doordacht, maar de lezers krijgen toch een echt blad. Je ziet goed waar de stichting mee bezig is; activiteiten waar je aan kunt deelnemen staan overzichtelijk onder elkaar, de geboden informatie is duidelijk. De teksten zijn soms wat afstandelijk, weinig stijlvol, wellicht doordat er veel stukken van beleidsmedewerkers zelf in staan. En wat een beetje ontbreekt, is een ‘kijk Zuid-Holland eens prachtig mooi zijn’-gevoel. Dat komt met name doordat er (spannende) dragende foto’s ontbreken, en de technische kwaliteit van de foto’s het wel eens laat afweten. Tot slot zouden de rubrieken herkenbaarder kunnen, wat het nu wat ongelukkige bladritme ten goede zou komen. Minder pagina’s en daarvoor in ruil hulp van professionele tekstschrijvers en fotografen zou een goed idee zijn.

Het testpanel heeft niet alle bladen van natuurbeschermingsorganisaties beoordeeld. Maak of lees jij een extern blad van een natuurbeschermingsorganisatie dat volgens jou een plekje in deze ranglijst verdient? Of is een besproken blad in deze ranglijst gerestyled? Mail dan de pdf naar redactie@bedrijfsjournalistiek.nl of stuur het blad naar:

Redactie Bedrijfsjournalistiek.nl
Herengracht 48
2312 LE Leiden

De redactie beoordeelt kwaliteit van de bladen op vijf aspecten, die elk voor 20 procent meetellen:
• Onderwerpen
• Invalshoeken en genres
• Teksten
• Geloofwaardigheid
• Beeld en vormgeving

Drie redacteuren van Maters & Hermsen bekijken de bladen onafhankelijk van elkaar. De scores worden bij elkaar opgeteld tot één totaalscore. De drie redacteuren zijn:
• Jeroen Maters, directeur
• Stephan van den Burg, tijdschriftvormgever en eindredacteur van onder andere
het klantenmagazine van de ASN Bank
• Caroline Togni, eindredacteur van personeelsblad Punt (ministerie van OCW)

Reacties

  • Gepost door: pff okkerse op 7 juli 2009 - 17:00

    LS Bij een collega op school zag ik mooi getekende zoekbladen door jullie uitgegeven. Op een stand van jullie kocht ik een mooi boek ook met zoekbladen, helaas niet goed te gebruiken in de groep. Kan ik ze zo nog krijgen. B.v.d. Nelleke Okkerse

Lanceren kun je leren

3 mei 2012

“Waarom lanceren we bedrijfsbladen zo zelden met een echt feestje?”, dacht ik terwijl ik met een chique hapje in mijn hand naar Candy Dulfer stond te luisteren. Op de launchparty van Fab , de nieuwste titel van Sanoma. Een paar weken geleden haalde het Voguefeest ook al de societyrubrieken en Linda organiseerde voor L’Homo ook een hapje en een drankje en de hoofdrolspelers. Met een lanceerfeestje kun je je blad goed op de kaart zetten en dat kunnen veel bedrijfsbladen ook best gebruiken. Vijf tips. lees verder

Een duik in de collectie ‘Erg’

13 maart 2012

Anderen verzamelen inspirerende voorbeelden. Ik heb een collectie ‘Erg’, bestaande uit bedrijfsbladen waar iets is misgegaan. Hier een top-5 van de misperen die meteen in het oog springen. Voor we een duik nemen in de kelder van de bedrijfsjournalistiek nog dit: ik heb alles veralgemeniseerd en in een willekeurige volgorde gezet. Hoewel het beestje bij de naam noemen verhelderend kan werken, doe ik dat toch niet. Ook wel weer logisch, toch? Een groot voordeel daarvan is in ieder geval dat mijn ‘eigen werk’ in deze top-5 niet herkenbaar is... lees verder