Binnenkijken
Bladenvormgevers en huisstijl; zoeken naar de grens
Punt (OCW) was een paar maanden geleden het eerste personeelsblad bij het Rijk in de nieuwe huisstijl. Een verbetering, vond de vormgever. Maar na een frisse start werden de teugels strakker aangetrokken. ‘Het gevaar is groot dat de bladen straks erg op elkaar gaan lijken.’
‘De nieuwe is mooier’, zei bladenvormgever Hans Zandvliet (Zabriski) een paar maanden geleden over de gerestylede Punt. Hij was vooral trots op de vernieuwde cover, met een punt in het midden. ‘Hupsakee, klets, dan maar all the way. Natuurlijk wordt het puzzelen met de foto. Dat dwingt ons om extreem bewust naar het coverbeeld te kijken.’
Meestal zijn bladenmakers en huisstijlbedenkers gezworen vijanden. ‘Een blad is geen huisstijldrager’, zeggen tijdschriftenmensen. Voor je het weet verandert je magazine in een brochure. Toch was de uitgangspositie voor Punt gunstig: huisstijlbedenker Studio Dumbar huurde een echte bladenmaakster in voor de restyling van de rijksbladen. Hans: ‘Dat werkte. Wij namen haar serieus en zijn ons. Ik kan het iedereen aanraden.’
Punt schreef zelf ook heel uitgebreid over de nieuwe huisstijl.
Afwijkend formaat
Vooraf gaf Hans aan dat hij ‘de grenzen zou opzoeken.’ De huisstijlmakers zouden aan de bel trekken als hij te ver ging. Tot zijn verbazing kwam het wel tot verschil in inzicht, maar niet tot hoogoplopende ruzies. ‘Het meest over de bladtitel. Die had ik in de eerste schets klein gehouden. Nou, dat kon ab-so-luut niet.’
De vormgever behaalde zelfs een paar successen. ‘Zo kwamen we in het geweer tegen de verplichte A-formaten. Het is onzin om gestandaardiseerde formaten tot een onderscheidende huisstijl te maken. Het hindert de bladenmakers.’ Punt kreeg een afwijkend formaat, niet A4 maar 28 bij 21,5 cm.
Tel je knopen, was daarom de eerste conclusie van de vormgever na afloop van de restyling. ‘Ik moet bekennen dat ik geen fan was van de oude huisstijl van OCW. De verplichte broodletter, de Talent, was een ramp. Een schreefloze open letter die we overal moesten gebruiken, ook in koppen en intro’s. De nieuwe letters – Rijksoverheid sans en serif – bieden meer mogelijkheden.’
Geen kleurtinten meer
Maar de vrijheden van het begin worden inmiddels door Dumbar teruggedraaid. Na Punt 4 kwam er een A4-tje van de ‘huisstijlpolitie’, met punten die ze liever anders zagen. Geen kleurtinten, bijvoorbeeld, maar liever volle kleuren. Hans somt op: ‘Geen kaders met ronde hoeken, geen ‘dropshadows’, geen transparantie in beelden, geen decoratieve beelden – om maar een paar zaken te noemen.’ Bovendien ontving hij kritiek op het lettertype. ‘In het lentenummer gebruikten we een alternatief lettertype, met een mooie krul. Daar kregen we achteraf van de huisstijlbedenkers opmerkingen over. Zo’n krul past niet bij de uitstraling van de overheid. Ook tekst over een foto mag niet meer.’
Tekst over een foto mocht in nummer 3 nog wel, inmiddels niet meer. De rubriek Leesplankje is daar een mooi voorbeeld van.
Eenheidsworst
Waarschijnlijk zijn het stuk voor stuk punten die de lezer nauwelijks opvalt, zucht de vormgever. ‘Maar ik had de neiging om meteen de telefoon te pakken en in discussie te gaan.’ Nu het huisstijlhandboek af is, heeft een dialoog weinig nut. ‘Ik vrees een beetje voor de andere rijksbladen. Ze zullen nauwelijks de ruimte krijgen om zich te onderscheiden. Als je uitgaat van de richtlijnen ten aanzien van kleur, letterfonts en bijvoorbeeld fotografie dan kun je als bladenvormgever niet zo heel veel kanten uit. De gemiddelde lezer ziet straks echt het verschil niet tussen het ene en het andere blad.’ Andere bladen heeft de vormgever nog niet gezien, behalve die van de Voedsel en Warenautoriteit. Zijn oordeel? ‘Het verschilt niet erg van Punt.’
‘Het komt erg op de creativiteit van de vormgever aan’, bevestigt Evelien van Vugt (Magazinestudio.nl). Zij begeleidde namens Studio Dumbar de eerste sessies van de restyling van Punt. Zij is niet zo bang voor eenheidsworst bij de tachtig andere rijksbladen. ‘Punt heeft met de cover echt een statement gemaakt. Het kan dus heel verschillend worden.’ Ze verwijst naar Rails voor de mogelijkheden die vormgevers hadden om covers te variëren. ‘Er is bijvoorbeeld geen enkele reden waarom het logo bovenin moet, personeelsbladen liggen immers niet in de winkel.’
Zoeken naar de grens
Bladenmakers en huisstijlbedenkers hoeven niet elkaars vijand te zijn, denkt de ontwerpster. ‘Maar dan moet er wel enige vrijheid zijn. Als je echt maar één lettertype mag gebruiken, wordt het lastig om aan te sluiten bij de doelgroep.’ Een logo op de cover? ‘Liever niet, maar het kan. Als je verder maar carte blanche krijgt.’ Het gaat erom dat de bladenmaker sfeer kan toevoegen, denkt Evelien.
‘I
Cover van Thuis, het relatiemagazine van Eneco (2002).
' Ik maakte ooit het blad van Eneco, waar het lettertype en de kleur van het bedrijfslogo werd gebruikt voor de titel. Maar verder kreeg ik alle vrijheid. De coverfoto was als bij Elle Wonen, waardoor je meer de uitstraling kreeg van een woontijdschrift en niet van een energieleverancier.’ Evelien ziet kortom genoeg mogelijkheden voor creativiteit. ‘Je moet niet in de put raken. Er is altijd nog ruimte, blijf zoeken naar de grens.’
Er zijn nog geen reacties op dit artikel
Fab for me?
Ik ben over de veertig. Al jaren zelfs, al voelt het niet zo. Dat maakt mij tot de aspiratiepersoon van de nieuwe Sanomababy: fab. Een magazine voor vrouwen van (ongeveer) veertig die zich meer dertig voelen. Is fab een blad voor mij? 47 ben ik. Ja, ik weet het, dat klinkt niet best. Maar zoals gezegd: zo voelt het niet. Het nieuwe fab-magazine zou dus zomaar mijn lijfblad kunnen worden. Want het thema van het magazine is: veertig is het nieuwe dertig. Lucky me. Ik vecht al jaren tegen de jaren. Topmodel Heidi Klum (38) lacht mij toe vanaf de cover. En even later ook Maxima (40), Halle Berry (45) en topmodel Frederique van der Wal (44). Het kan dus gewoon, meedoen boven de veertig. En dat vinden de dames zelf ook: veertig is het nieuwe dertig. lees verder
360; de lezer werkt zich een slag in de rondte
Een ding is zeker: wie zich waagt aan ‘ 360 – het beste uit de internationale pers ’ moet kunnen puzzelen. Het blad behelst een verzameling invloedrijke of opvallende artikelen uit de pers wereldwijd. Een prachtig streven in een wereld met overvloedig aanwezige informatie waarin we begeleiding en selectie kunnen gebruiken. Het blad meet naar boven afgerond 25 bij 34 centimeter, is gedrukt op veredeld krantenpapier en komt qua uitstraling in de buurt van de Intermediair. Al bladerend vlieg je van de ene uithoek op de wereld naar de andere. lees verder
