Winnen Grand Prix geen bestaansgarantie
Vanaf 2005 kunnen bladenmakers weer meedingen naar de felbegeerde zilveren inktpot van de Grand Prix Bedrijfsbladen. Twee oud-winnaars vertellen of de prijs, naast eeuwige roem, iets oplevert.
Marieke van Gils
Of het winnen van de Grand Prix iets oplevert? In ieder geval geen garantie voor het voortbestaan, zoveel is duidelijk. Van de tien bladen die de Grand Prix ooit wonnen, verschijnen er nog zes. De overige vier zijn opgeheven of verdwijnen binnenkort. Twan Timmermans, nu hoofdredacteur van het interne blad van de gemeente Enschede, zag ‘zijn’ Rabovisie teloorgaan. In 2000 won het blad in de categorie externe media.
Vignetje
De eerste weken na de prijsuitreiking was de stemming opperbest. ‘Veel felicitaties en een bonus voor de hoofdredacteur’, herinnert Timmermans zich. ‘De lat lag hoog bij ons, we hadden erop gerekend bij de genomineerden te zitten. Maar als je wint, is dat natuurlijk helemaal leuk.’
Interne en externe persberichten, een zilveren vignetje in het colofon. Al met al wist Timmermans de feestvreugde een jaar lang te rekken. Maar, en dat wist hij ook, de opheffing van het relatiemagazine hing toen al in de lucht. ‘De prijs heeft het opheffen hooguit vertraagd.’
Rabovisie had een groot budget, werd gemaakt door een professionele redactie. Maar er braken tijden van bezuiniging aan. Bovendien ging Timmermans weg bij de Rabobank. ‘Het blad bleek moeilijk te passen in de organisatie. Men zocht op de marketingafdeling naar een opvolger voor mij, maar niemand voelde er wat voor. Er moest een vrijwilliger worden aangewezen.’
Advocaat
Uiteindelijk heeft een blad vooral een advocaat nodig die het met vuur verdedigt, zag Timmermans. ‘Zeker als de argumenten moeilijk zijn.’ Het indirecte karakter van het blad maakte het lobbyen lastig: ‘De aardigheid was dat het niet commercieel was. In het blad stond de maatschappelijke positie van de bank voorop. Het moest in de kiosk kunnen liggen; zo was het opgezet. Maar in bezuinigingsronden leggen producten die niet meteen iets opleveren, als eerste het loodje.’
Dat het blad niet meteen verdween, had te maken met zijn degelijke basis (‘denk alleen al aan het enorme adressenbestand dat speciaal was gemaakt’) en wellicht met de Grand Prix (‘een blad dat zich heeft bewezen, draai je niet makkelijk de nek om’).
Durven
Bezuinigingen hebben de prijswinnaar van 2003 nog niet kunnen vellen. De maandelijkse verschijning van OPEN magazine van Interpolis is niet in gevaar, verzekert hoofdredacteur Nathalie van Hooijdonk. Of de Grand Prix daarin een rol speelt, betwijfelt ze: het winnen van de prijs leverde OPEN magazine veel publiciteit, ook vragen waar je niet op zit te wachten. Van Hooijdonk: ‘Veel mensen wilden het budget weten: wat kost dat eigenlijk, zo’n mooi blad. Dan onderbouw ik onze keuze voor een kwalitatief goed blad altijd met veel plezier.’
Een andere verdienste van de zilveren inktpot: deze heeft de makers van het blad nog meer op scherp gezet. Volgens het verder lovende juryrapport liep het blad een beetje achter de feiten aan. Van Hooijdonk: ‘We proberen nu meer aan agendasetting te doen. Door met zoveel mogelijk betrokkenen te praten, voordat we een onderwerp aanpakken; door boven de materie te gaan hangen. Ik zie het als mijn taak om te zorgen voor draagvlak. Ik wil dat mensen stelling durven nemen in het blad, en durven praten over beleid dat nog niet af is.’
Pleitbezorger
Het winnen van de Grand Prix heeft Rabovisie niet kunnen redden. Een hoog budget blijkt in tijden van bezuinigingen moeilijk te verdedigen, ook al loont het. De conclusie is dubbel: een blad heeft niks aan een prijs, als een vurig pleitbezorger ontbreekt. Tegelijk geldt: krijgt een pleitbezorger de prijs in handen, dan wacht een blad mooie tijden. Zie OPEN Magazine.
Nu Timmermans hoofdredacteur is van Enschedees personeelsblad Moi, wil hij de prijs opnieuw. ‘Ik geloof nog steeds dat zo’n prijs veel indruk maakt, zeker in kleine organisaties. Het zou mij helpen om voorwaarden zoals budget overeind te houden.’ Of Timmermans in 2005 kans maakt, is echter nog de vraag. Vorig jaar vond de jury dat een blad daarvoor minimaal zes keer moest verschijnen en dat laat het budget van de gemeente, cynisch genoeg, momenteel niet toe.
Marieke van Gils is redactiecoördinator bij Maters & Hermsen Journalistiek
