Sexy schrijven
I
n de bedrijfsjournalistiek wemelt het soms van voorspelbare verhalen. Over projecten die een groot succes zijn. Directeuren die de neuzen dezelfde kant op willen zetten. Vijf tips om teksten op te leuken die saai dreigen te worden.
Bart de Haan
1. Koester het detail
‘De jonge cellisten die deze middag zijn masterclass bezoeken, zijn allemaal meisjes. Vanmorgen zaten er jongens bij en was er ook een zwarte celliste, maar nu zijn het uitsluitend blonde meisjes met hun haar in een staartje of in een knotje, met namen als Xanne of Claire. Ze zitten op het conservatorium, of in de vooropleiding, of doen binnenkort auditie voor een orkest en verwachten van Wispelwey handige trucs. Er is één uitzondering: Lidie, een sloddervosje van een jaar of zestien, beetje punk, beetje boze blik en een diepbewogen cello. ‘Wat is het hier leuk’, fluistert een dame uit het publiek van een jaar of 55. Ze kijkt rond in de Dordtse stijlkamer aan de rand van het water vol ornamenten en spiegels. ‘Ja’, antwoordt haar vriendin. ‘Marian woont ook zo mooi.’
(Koole kijkt naar Pieter Wispelwey, 16-08-2003, Uit de serie: Koole kijkt, wekelijks in Volkskrant Magazine)
Ik ken haar niet, maar Corine Koole observeert zó scherp dat ik me in haar gezelschap ongemakkelijk zou voelen. Even in een onbedachtzaam moment aan je neus zitten en je bent de klos. Misschien komt het door haar achtergrond. Ze is fotograaf. Het komt zelden voor dat een fotograaf zulke goede teksten produceert, maar haar teksten zijn zó beeldend dat haar eigen foto’s bijna overbodig zijn. Ook de selectie is mooi. Koole registreert alles, maar gebruikt uitsluitend die dingetjes die het verhaal ondersteunen. Dat is een belangrijke randvoorwaarde. Détails moeten relevant zijn. De ‘dampende kop koffie’ die weleens als running gag in een slaapverwekkend interview wordt gesleuteld, valt niet onder de goede voorbeelden. Koole wel. ‘De mensen in Oss hebben bleke voorjaarsgezichten.’ Prachtig.
2. Doe iets raars!
'Waar gaat Turks Fruit over?’
‘Komen heidenen in de hemel?’
‘Kan God een steen maken die zo zwaar is dat Hij hem niet zelf kan optillen?’
(Nieuwe Revu, 7 april 2004. Vragen van Pieter Webeling en Frénk van der Linden aan André Rouvout, fractieleider van de Christen Unie)
Soms voel je het van mijlenver aankomen. ‘Dit verhaal wordt een ramp.’ Omdat de geïnterviewde een directeur is die grossiert in stokpaardjes bijvoorbeeld. ‘Ik verwacht van mijn human capital een stukje commitment naar de targets toe.’ Zo’n figuur. De meest voorkomende reactie onder bedrijfsjournalisten is er één van berusting. Okay, het moet maar. Even rap het onvermijdelijke verhaaltje kloppen en dan snel weer vergeten. Maar het kan ook anders. Nee, het móet anders. Doe eens iets raars! Moet je die voorspelbare directeur interviewen, neem dan eens een club monteurs mee. Of spreek af als de saaie baas zijn zoontjes naar de voetbal brengt. Kijken of zijn kroost een stukje commitment naar de bal toe in de voeten heeft! Of stel ineens na een serieuze een triviale, bijna beledigende vraag. De grootmeesters van die aanpak zitten bij Nieuwe Revu. Vooral het duo Pieter Webeling/Frénk van der Linden deed raar als het saai dreigde te worden.
3. Wees niet lui en bel nog een keer (en nog eens, en nog eens, en nog eens)
‘Nou is Bob Osinga -hij zegt het zelf- niet bepaald de populairste inwoner van het dorp. Hij komt van buiten en haalt zich regelmatig de woede van gevierde middenstanders op de hals. Osinga is een beroepsklager. Stunt de plaatselijke C1000 met de prijs van een pond gehakt (van 7,95 voor 5,95 gulden) en Osinga komt erachter dat het vlees niet leverbaar is door MKZ, dan gaat een brief op hoge poten naar de Reclame Code Commissie. De grootste doorn in zijn oog is de vermeende kartelvorming van benzinestations rond Spakenburg. De prijs voor een liter benzine in zijn paarse Nissan Micra is torenhoog, terwijl de koekenbakkers en visboeren korting krijgen. Daarom maakt de Bunschoter zich sterk voor de komst van onbemande, goedkope zelfbedieningspompen. En dat valt in slechte aarde.’
(Tellus, magazine van het ministerie van VROM, juni 2001)
Het is de kunst om met “het hele verhaal” thuis te komen. Soms lukt dat niet. Omdat je even niet oplette. Helaas, dan moet de auteur aan het werk. Ik maakte voor het blad Tellus, van VROM, een portret van een notoire klager. Een afgekeurde zestiger die mank loopt en ’s avonds in zijn autootje door Bunschoten rijdt om overtreders aan te geven. Tijdens het schrijven kwam ik erachter dat ik niet meer wist, wát voor autootje het was. Met een smoesje belde ik hem op om dat na te vragen. Het kostte me moeite (een gesprek met deze man duurt al snel een uur), maar dat was het waard. De “paarse Nissan Micra” maakt het af. Dan ziet de lezer die auto op het netvlies verschijnen. Schrijf je alleen “auto” dan blijft dat effect achterwege. Helaas zijn veel bedrijfsjournalisten, mezelf incluis, vaak te lui om nog even zo’n telefoontje te plegen.
4. Mooie woordjes
‘Serena intussen, de ontwerpster, liet in Key Biscayne haar nieuwe tennisjurkje bewonderen. Madame kreeg een dikke voldoende voor haar hansopje dat met zilver op de buik was afgewerkt en dat spannend en grappig was. Een haarband met haar naam in rhinestones topte de creatie af.’
(Trouw, 3 april 2004, Mart Smeets beschrijft de tennisjurk van Serena Williams)
Jobstijding, watergruwel, hansopjes, dodemansrit, broertje-dood, schraalhans, Jan Doedel, stavast, jeune premier. De aandacht is meteen getrokken, met een mooi woordje. Het zijn verstopte paaseitjes. Bovendien bedrijven de schrijvers monumentenzorg. De auteur ontrukt door zulk idioom te gebruiken een paar prachtige Hollandse woorden aan de vergetelheid. Moeilijk? Nee hoor. Goed gejat is beter dan slecht bedacht. Vaak lees ik zo’n woord in een boek of een artikel, ik stop het in de bovenkamer en gebruik ’t een dag later in een lead. Soms sleutel en pruts ik net zo lang met de zinnen, totdat het fijne woordje erin past. Pas wel op: de grens tussen een prachtwoord en een versleten cliché is flinterdun!
5. Een simpel trucje
‘De grote Europese energieconcerns. Die komen als de grote overwinnaars uit de slag om de privatisering. Ondertussen draaien banken met de dreiging van schadeclaims de duimschroeven op de overheid aan.’
(Hein Janssen, NRC 25 maart 2003 over de vrije energiemarkt)
Een makkelijk toepasbare tip. Er bestaat een arsenaal aan ideale brugwoordjes. Oersimpele woorden. Neem nou ‘terwijl’ of ‘ondertussen’ zoals in het voorbeeld hierboven. Dat ene woord verschaft de lezer de spannende sensatie van overzicht. “In Den Haag praat minister Remkes vandaag met de fractieleiders over maatregelen tegen terrorisme. Ondertussen bereidt Jan de Vries met zijn Groot Sallands Bevrijdingsfront een bomaanslag voor op de Peperbus in Zwolle.” De lezer kan ineens zweven. In een helikopter boven het land. Of reizen door de tijd. Het almachtige oog ziet alles. En dat is toch een prachtig gevoel?
Bart de Haan is eindredacteur bij Maters & Hermsen Journalistiek
