Na 9-11 en 11-3
M’n vakgenoten heb ik er nauwelijks over gehoord. Ja, over de gruwelijke plaatjes, over sensatiebeluste media. Maar wat 9-11 en 11-3 voor ons bedrijfsjournalistieke vakgebied betekenen, nee. Toch wil ik een poging doen. Juist omdat na 9-11 en 11-3 de angstfactor ons denken en doen beïnvloedt.
Heino van Benthum
M’n vakgenoten heb ik er nauwelijks over gehoord. Ja, over de gruwelijke plaatjes, over sensatiebeluste media. Maar wat 9-11 en 11-3 voor ons bedrijfsjournalistieke vakgebied betekenen, nee. Toch wil ik een poging doen. Juist omdat na 9-11 en 11-3 de angstfactor ons denken en doen beïnvloedt.
Mensen offeren uit angst voor tasjes in treinen hun vrijheden en geheimpjes maar al te graag op. Ter wille van veiligheid natuurlijk, en een beetje finance. Camera’s en preventief fouillerende dienders zijn de gewoonste zaak van de wereld. Het gevoel van onbehagen over de veiligheid in onze straat, stad, dorp is diep geworteld geraakt in ons land. ‘De wereld van George Orwell komt steeds dichterbij’, voorspelde korpschef van Groningen, Bernard Welten, aan de vooravond van een Kamerdebat over registratie van DNA-materiaal van delinquenten. Van de Nederlanders van 18 jaar en ouder heeft 75 procent geen bezwaar tegen uitwisseling van gegevens tussen overheden. De herinnering aan Big Brother is niet méér dan die aan een tv-soap. Lijf en leden, hart en ziel. Alles op straat. Je hebt toch niks te verbergen?
Goed, al onze geheimpjes toevertrouwen aan de staat? Prima, zolang daar wat tegenover staat. Dus ook de overheid moet met de billen bloot, geen recht op privacy voor haar. Aan ons als burger de taak de overheid vaker en harder ter verantwoording te roepen. En haar te manen tot de opperste openheid en integriteit. Weg met de achterkamertjes. Met zélf de vinger aan de pols, als burger.
Klikken mag en klokkenluiden moet, straks. Zo is het toch?
Behoefte aan integer en open bestuur zien we ook in het bedrijfsleven. Reuzen op de aandelenbeurs zagen hun bedrijfswaarde in luttele seconden verdampen. Althans, toen de cijfertjes níet bleken te verraden wat er werkelijk speelde. De beurs straft dat gedrag tegenwoordig ongenadig af. Net als de overheid, met ‘Tabaksblat’.
Die hang naar openheid, eerlijkheid en geloofwaardigheid (in de slipstream van de waardjes en normpjes) moeten ook voor ons vak consequenties hebben. Hoe zorgen wij dat bedrijfsmedia bijdragen aan geloofwaardig, betrokken en integer bestuur? De eerste stappen zijn gezet toen beursgenoteerde ondernemingen meer openheid tentoonspreiden in hun financiële verslagen. Uit Amerika sijpelden enkele jaren geleden de begrippen people, planet, profit door naar Nederland. Bedrijven brachten steeds uitvoeriger verslag uit van hun maatschappelijk verantwoorde ondernemingszin. De beste verslagen winnen inmiddels prijzen. Een eigen discipline in ons vakgebied.
Maar er moet méér gebeuren. Je kán geen mooie sier maken met verantwoord en betrokken ondernemen en doof blijven voor geluiden uit eigen gelederen. Je kán van ambtenaren geen betrokkenheid verwachten als de baas ze stelselmatig de mond snoert. Je kán extern niet A roepen en intern B doen.
Extern open communiceren en intern ‘kritische’ blaadjes maken volstaan echter niet. Nieuwe wegen zijn nodig. Moeten we nog langer interne en externe communicatie als afzonderlijke disciplines beschouwen als we in beide soorten communicatie hetzelfde doel nastreven? Met bedrijfsmedia, die zich louter beperken tot boodschappen brengen of reacties afgeven, valt al helemaal niets te winnen.
Nieuwe middelen zoeken voor een dialoog over betrokken, open en integer bestuur. In die hoek ligt volgens mij de uitdaging van de bedrijfsjournalistiek. De oplossingen hoeven geen blad te zijn, of een internetsite. Wat dan wel? Voor mijn part in een dialoog in een statig hotel op de Veluwe, of - liever nog - een discussie in de supermarkt.
Heino van Benthum is coördinator onderzoek en ontwikkeling bij Maters & Hermsen Journalistiek
