Universiteit Nijmegen start mastervariant Bedrijfsjournalistiek
José Sanders is coördinator van de splinternieuwe mastervariant Bedrijfsjournalistiek aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. “We onderzoeken welke vormen bedrijfsjournalistiek kan aannemen en welke functies en effecten die hebben.”
Carmen Bijsterveld
Wat draagt deze mastervariant Bedrijfsjournalistiek bij aan de bestaande kennis in het vakgebied?
“Ik wil meer inzicht krijgen in wat kwaliteit uitmaakt. Wie bepaalt de kwaliteit en waar zit het hem in? Op den duur zal er een goed meetinstrument moeten komen waarmee we kwaliteit kunnen meten. Dat kan voor organisaties ook interessant zijn. Een goede kwaliteitsindicatie is belangrijke informatie, want bedrijfsjournalistiek kost geld. Als je weet dat je het gewenste effect bereikt, bevestigt dat de waarde van je investering in bedrijfsjournalistiek. Die vraag wordt steeds actueler bij budgetten die onder druk staan.”
Waarom deze mastervariant Bedrijfsjournalistiek in Nijmegen?
“Bedrijfscommunicatie houdt zich bezig met het optimaliseren van interne en externe communicatie van organisaties. Het idee om dit eens vanuit een journalistiek oogpunt te bekijken kwam van de studenten. Bovendien was er binnen deze faculteit nog geen journalistiek element op masterniveau en wilde de universiteit graag een journalistieke impuls.”
Waarin verschilt het van de minor Bedrijfsjournalistiek in Tilburg?
“Dat is een praktijkgerichte opleiding. Je bekwaamt je daar in het uitoefenen van het vak bedrijfsjournalist. Onze mastervariant is een academische opleiding. Hier leer je onderzoeken welke vormen bedrijfsjournalistiek kan aannemen en welke functies en effecten die hebben. Je leert hier niet hoe je journalist moet zijn.”
Hoe ziet de Nederlandse bedrijfsjournalistiek eruit in het jaar 2020?
“De ontwikkeling richting digitaal, de crossmedialiteit, is nog onduidelijk. We weten niet welke vormen daarin gaan ontstaan. Dat gaan we ook onderzoeken. Met wat voor argumenten kiest men voor print of digitaal, en wat voor genres gaan we aantreffen? Hoe kun je journalistiek werken binnen een intranet?
Ik vraag me bijvoorbeeld af wat er gaat gebeuren met de interne bedrijfsjournalistiek van een organisatie die verschillende locaties heeft. Zo’n organisatie heeft nu vaak nog één personeelsblad. Als dat digitaal wordt, wat gebeurt er dan? Voor de medewerkers op die verschillende locaties is het blad de enige binding. Ik denk dat zo’n blad dan heel belangrijk is. Als dat wordt vervangen door iets wat alleen op het scherm te lezen is, bereik je het bedoelde effect? Zijn er neveneffecten?”
Bindt een blad de werknemers op verschillende locaties wel met elkaar? Zijn werknemers niet alleen geïnteresseerd in wat zich afspeelt op hun eigen locatie?
“Hoe die binding is, ligt denk ik grotendeels aan de aard en geschiedenis van een organisatie. Als het bedrijf begonnen is met één locatie en later is opgesplitst, zullen medewerkers misschien meer geïnteresseerd zijn in één blad. Als het bedrijf is gefuseerd en de locaties eigenlijk niets met elkaar te maken hebben, zal de interesse voor andere locaties misschien inderdaad minder zijn. Het is ook maar net wat een organisatie met zijn communicatiebeleid wil. Hoe belangrijk vindt men onderlinge bekendheid, samenwerking, discussie? Is men alleen in naam één organisatie? Dat bepaalt de beslissingen in bedrijfsjournalistiek opzicht, ook in externe zin overigens: relatiemagazines moeten daar ook keuzes maken.”
Wat denk jij? Heeft een geschreven blad meer effect dan digitaal?
“Lezers zijn geen virtuele wezens. Er komt in de tekst- en communicatiewetenschap steeds meer aandacht voor onze ‘embodiment’ – het feit dat we fysiek zijn ingesteld – en de invloed daarvan op ons gedrag. Het kan belangrijk zijn dat lezers iets echt in handen hebben, juist in een organisatie die geen fysieke eenheid is. Het kan ook zijn dat om die reden mensen de informatie van het web gaan printen. Generatieverschil heeft er wellicht mee te maken. Jongeren zijn meer gewend aan digitale communicatiemiddelen, en hebben misschien meer affiniteit met digitale producten dan oudere mensen. Maar misschien kan het geschreven blad wel heel goed vervangen worden door periodieken op de e-reader of door iets wat we nu nog niet eens bedacht hebben. Het zijn allemaal hypotheses. Ik ben echt benieuwd hoe die crossmedialiteit zich ontwikkelt. Een aantal praktijkprojecten binnen de mastervariant gaan precies over dit onderwerp. Studenten onderzoeken welk effect digitaal bedrijfsnieuws heeft op de verschillende lezersgroepen. Lezen ze het? Waarderen ze het? Ook kijken we of betrokkenheid kan groeien door meer interactie en user generated content.”
José Sanders is van huis uit Neerlandicus. Ze promoveerde binnen de Tekstwetenschappen, onder andere op onderzoek naar journalistieke teksten. Ze werkte een tijd als onderzoeker en beleidsadviseur bij een toegepast sociaal-wetenschappelijk onderzoeksbureau. Daarna was ze als docent aan de VU Amsterdam betrokken bij de master Journalistiek.
Carmen Bijsterveld is derdejaars student Bedrijfscommunicatie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Ze loopt stage bij Maters & Hermsen Journalistiek in Zwolle.
