Zoeken

Onderstaand invoerveld dient ter bescherming tegen ongewenste reacties en reclame. De inhoud van dit veld niet wijzigen s.v.p.

Aanmelden voor de nieuwsbrief

Onderstaand invoerveld dient ter bescherming tegen ongewenste reacties en reclame. De inhoud van dit veld niet wijzigen s.v.p.

Interview

‘De term microjournalistiek doet bedrijfsjournalistiek tekort’

Het personeelblad, de intranetsite of een ander intern communicatiemiddel is microjournalistiek, en microjournalistiek heeft een canon nodig – of op z’n minst een pamflet, zo riep bedrijfsjournalist Stan van Herpen op in zijn column en manifest in de septembereditie van Bedrijfsjournalistiek.nl. We vroegen verschillende collega’s om hun reactie.

Hieke van Hoogdalem

Els Jelierse, hoofdcoördinator van de vakgroep Bedrijfsjournalistiek bij Logeion
“Microjournalistiek is zo klein; trek het breder. Noem het gewoon bedrijfsjournalistiek in plaats van microjournalistiek. Die term haalt het vak onnodig omlaag. En waarom richt het manifest zich alleen op interne uitingen en niet op externe, zoals relatiemagazines?
Authenticiteit moet vooral op de inhoud slaan. Een blad kan best wel glossy zijn. Authenticiteit krijg je ook door het blad – letterlijk – een gezicht te geven door mensen te fotograferen die de lezer herkent en geen stockfoto’s te gebruiken.
Wees informeel vind ik te ver doorgevoerd. Jargon zou ik wel vermijden, maar mensen in pakken niet. Medewerkers uit alle lagen van de organisatie moeten hun verhaal kwijt kunnen. Je moet dat dan wel weer informeel brengen, in begrijpelijke taal.
Ik mis Wees journalistiek. Pas hoor- en wederhoor toe, vooral bij gevoelige onderwerpen, en leg de teksten altijd eerst voor aan betrokkenen. Praktische zaken horen erbij, maar een blad moet geen mededelingenblaadje worden. Zet er vooral achtergrondverhalen, reportages en interviews in en verspreid praktische informatie via e-mail of intranet, dat is sneller.”

Renée Vegt, senior communicatieadviseur, tekstschrijver en eindredacteur bij Chapeau Communicatie
“Interne communicatie, waar bedrijfsjournalistiek deel van uitmaakt, vind ik geen microjournalistiek, maar Journalistiek met een hoofdletter J. Uitgeoefend door vakmensen, die op nieuws jagen, onderwerpen duiden, hoor en wederhoor toepassen, kortom, die hun vak verstaan. Dan krijg je inhoud die ertoe doet.
Het manifest zie ik als een goede prikkel om te discussiëren over het vak. Maar als je je bladformule en redactiestatuut goed opstelt, heb je het niet nodig.
Je doet je werk vanuit een bepaalde overtuiging, een beter woord dan manifest. Stans punten zijn volgens mij niet zo zwart-wit, want eigenlijk hangt alles af van het medium, de verschijningsfrequentie en de doelgroep. Je kunt die overtuigingen vastleggen, maar dat moet dan per blad.
Authenticiteit is een modewoord. Wat betekent het? Je moet je doelgroep kennen en daarvan uitgaan. Authenticiteit hangt niet samen met papiersoort of handgeschreven teksten.
Ik mis Wees oprecht. Bedrijfsjournalisten hebben een dienende functie en moeten oprecht geïnteresseerd zijn in de mensen die ze van informatie voorzien. Het manifest denkt te veel vanuit de bedrijfsjournalist en niet vanuit de lezer.”

Eric Went, freelance journalist
“Een manifest is knellend of juist nietszeggend. Soms kan breken met je eigen code juist goed zijn, bijvoorbeeld als je wilt opvallen. Noem het liever een ‘vertrekpunt’, vooral handig voor opdrachtgevers, maar onnodig als je als bedrijfsjournalist met journalistieke principes werkt. Zaken als hoor-wederhoor en Wees waar of in elk geval geloofwaardig, pas je dan automatisch al toe. Bovendien heb je nog het redactiestatuut en op maat gesneden oplossingen.
Authenticiteit hangt niet samen met vorm maar met inhoud. Zoek naar wat authentiek is voor de doelgroep, voor de bedrijfscultuur van de opdrachtgever. Een glossy magazine kan dan juist functioneel zijn.
Wees praktisch: dat hoort er wel in, maar het gaat om de mix met dieptestukken. En het hangt af van de verschijningsdatum van het blad. Je kunt ook niet-tijdgebonden praktische zaken meenemen, zoals arbo-tips.
Met de term ‘microjournalistiek’ doe je de bedrijfsjournalistiek tekort. Het heeft iets kleinerends. Bovendien behandelen we juist vaak macro-onderwerpen.”

Anneke Aaldijk, hoofdredacteur Scanner, personeelsblad van het Erasmus MC
“Voor mij zou het manifest als basis kunnen dienen om met een opdrachtgever afspraken te maken over een redactiestatuut en om met vakgenoten te discussiëren. Maar het redactiestatuut moet leidend zijn, alle betrokken partijen moeten zich hierin kunnen vinden en zich eraan conformeren. Een manifest kan hierbij hulpmiddel zijn.
Het personeelsblad moet geen spreekbuis van de directie zijn, de medewerker is de invalshoek. Wat heeft hij aan de informatie. Zo kom je uit bij Wees specifiek. Handgeschreven teksten vind ik niet van deze tijd.
Het heeft ook niets met journalistieke authenticiteit te maken. Gebruik foto’s van eigen medewerkers. Geef de organisatie een gezicht, dat maakt het blad herkenbaar en geloofwaardig. Glossy papier gebruiken hangt af van de organisatiecultuur en van wat een personeelsblad wil uitstralen. Met Wees informeel ben ik het eens voor onze organisatie. Wij vermijden in ons personeelsblad jargon en vermelden voornamen.”

Wil je ook reageren op het manifest of op bovenstaande reacties? Gebruik dan de mogelijkheid hieronder.

Hieke van Hoogdalem is stagiaire bij Maters & Hermsen Bedrijfsjournalistiek

Editie 6 - november 2009

Reacties op dit bericht

Er zijn geen reacties op dit artikel.

Reageer

Reageren kan met je naam en e-mailadres, de reactie moet per e-mail bevestigd worden.

Naam:
E-mail:
 
Titel:
Reactie: