Voor saaie mensen moet je saaie blaadjes maken
Jan van Eijck heeft het helemaal gehad met al die bedrijfsjournalisten die maar blijven zeuren over passie. Pjotr van Lenteren vertelt zijn verhaal.
Pjotr van Lenteren
Je zal maar beleidsmedewerker zijn bij een ministerie. Of brievenafhandelaar op een verzekeringskantoor. Of juridisch medewerker van een gemeente. Laten we je Jan (45) noemen.
Jan (45) is geïnterviewd door een bedrijfsjournaliste. Voor de rubriek De werkplek van… Dankzij een onverwacht vinnige e-mailwisseling weet hij al dat over de kop die hij zo graag had veranderd in iets anders, echt niet meer te onderhandelen valt.
“Gapend gat tussen leiding en lijn”. Had hij dat echt gezegd?
Het was zijn eigen schuld, hij had het kunnen weten. Het blonde, pas afgestudeerde schrijfmeisje van nog lang geen dertig maakte bij binnenkomst een schattige indruk. “Wat vind je van je werk?”, vroeg ze, nadat ze een klein notieboekje uit haar schoudertas had gepakt en een pen met bedrijfsnaam erop. “Ik ga elke dag fluitend naar mijn werk”, zei Jan en dat mocht het schrijfmeisje best citeren.
Maar die legde meteen haar pen neer en keek met een ingestudeerd kritische blik rakelings langs hem heen door het raam.
“Waarom ga je dan fluitend naar je werk?”
“Echt elke dag?”
“Wat vind je het meest geweldig aan je werk?”
“Nee, je moet iets uitkiezen.”
“Maar is er dan niets specifieks wat je hart sneller doet kloppen?”
“Je moet toch wel een droom hebben?”
“Goed, de andere kant dan. Wat vind je niet leuk aan je werk?”
“Echt helemaal niets? Je moet het toch wel érgens niet mee eens zijn?”
“Die ene dag dat je niet fluitend naar je werk ging, wat was er toen?”
Het was hopeloos. Het schrijfmeisje wilde zwart, ze wilde wit. Maar Jan had alleen maar grijs in de aanbieding.
Hij weet wist heus wel wat voor citaten ze zocht. Vorige maand babbelde ze samen met de directeur nog K2-overlever Wilco van Rooijen na over “hoe je door samen door te pakken de top bereikt”. Ook herinnert Jan zich nog de OR-voorzitter die in de editie van maart riep “dat deze kerstborrel een geslaagde stap in de goede richting was”. En die plaatsvervangend directeur die Obama nog wat te gewaagd vond: “Vraag je niet alleen af wat het bedrijf voor jou kan doen, maar ook wat jij voor het bedrijf kan doen in deze recessie!”
Jan had wat gemompeld. Dat hij zich wel eens afvroeg of de leiding en de lijn elkaar wel begrepen. En omdat hij in de ogen van het meisje niet met concrete voorbeelden hard kon maken waarom hij van zijn werk hield, was ze er vol opgedoken. Al zijn wetenswaardigheden over cijfers en regels, waar hij zo veel van af wist, had ze niet eens proberen op te schrijven.
Terwijl zij haar volgende vraag zocht op haar vragenlijstje, had hij moeten denken aan de directeur, die zich te pas en te onpas beklaagde over het feit dat de medewerkers zo weinig ondernemend en zo weinig flexibel waren. Dat ze geen kansen grepen. Zelf dacht Jan dan altijd: gelukkig maar. Anders was het gemeentehuis allang afgefikt. Toch?
Hij had zijn mond moeten houden. Jan ging eigenlijk gewoon naar zijn werk om niet aan de dood te hoeven denken*.
Pas dagen na het interview schoot hem te binnen wat hij het schrijfmeisje had willen zeggen: voor saaie mensen moet je saaie bladen maken. Dat heet respect. Hij verdient verdikkeme wel haar salaris. Hij heeft geen passie. Hij is niet op geheime missie. Hij wil de K2 helemaal niet beklimmen. Hij vindt het gewoon lekker om elke dag op dezelfde plek met dezelfde mensen dezelfde koffie te drinken. En als hij en zijn collega’s dat niet deden, dan ging heel die welvaart van ons naar de knoppen!
Maar ja, wat weet Jan van bladen maken?
Het verhaal is fictief, maar de citaten zijn echt.
* Dat mensen werken om niet aan de dood te denken is een gedachte van Alain de Botton, geuit in Ode aan de arbeid (Atlas, 2009).
Pjotr van Lenteren is coördinator Opleiding & Ontwikkeling bij Maters & Hermsen journalistiek. Hij schreef daarvoor jarenlang met veel plezier voor het saaiste bedrijfsblad van Nederland.
