Zomergedachten
Jeroen Maters' zomergedachten.
Jeroen Maters
Zoek naar Paul Potts
Er is niks mooiers dan Mooie Mensen. En het grappige is: je hoeft niet eens zo ver te zoeken om ze te vinden. Alleen moet je soms je eerste indruk opzij zetten.
Ik interviewde ooit een op het eerste oog saaie, terughoudende projectmanager, achter in de vijftig, in een saai aubergine pak in een saai kantoor van een ingenieursbureau waaruit elke menselijkheid verdwenen leek. Zoals inmiddels wel bekend heb ik een hekel aan het interviewen van projectmanagers, en deze man en deze omgeving maakte het er niet beter op. Het onderwerp, zijn project, was zo mogelijk nog saaier: het ontwerp en de bouw van de tweede Lekbrug bij Vianen. Een plak beton op een stel betonnen pilaren in mijn ogen.
Maar toen begon de projectmanager te praten – zo zacht dat je hem nauwelijks kon verstaan. De manier waarop hij over die brug sprak, als ‘zijn’ brug. Beton, pilaren, het werden bijzaken. Hij vertelde over hoe hij ’s nachts uren lang wakker lag, puzzelend op dat ontwerp, tot hij tot een ontdekking kwam die later door andere mensen briljant genoemd werd. Hoe hij droomde over wat deze brug voor de mensheid zou betekenen. Dat auberginekleurige pak, dat grijze kantoor: ze waren er niet meer. Wat overbleef waren die man en zijn gedachten. Ik schaam me er nog steeds voor dat ik zijn gepassioneerde verhaal bij gebrek aan schrijftalent niet heb weten terug te halen op papier. Het leverde voor mij twee conclusies op.
Eén: ik ben een middelmatig schrijver. Twee: elke organisatie heeft héél véél Mooie Mensen. Je moet ze alleen zien te vinden. Dat doe je niet door te beoordelen hoe ze eruit zien. Of de functieomschrijving op het visitekaartje te lezen. Je moet ontdekken waar hun passie ligt, en die zie je niet in kleding of op visitekaartjes. Wie op die open manier naar een organisatie kijkt, vindt vast een aantal onvermoede mooie verhalen.
Ik moest aan dit voorval denken toen ik op YouTube een filmpje tegenkwam van Paul Potts in de eerste auditie van Brittain’s Got Talent. Paul Potts is een verlegen mobiele telefoonverkoper uit Wales, die prachtig opera blijkt te kunnen zingen. Kippenvel. Ik hield het niet droog, achter mijn computerscherm. Dit is dus mijn tip: zoek in je organisatie naar je eigen Paul Potts. (En bekijk vooral dat filmpje even).
Deleted scenes
Dat zou best eens interessant zijn: aan schrijvers of eindredacteuren vragen of ze geschrapte passages uit een verhaal zouden willen opslaan. Zoals aan DVD’s vaak ‘deleted scenes’ zijn toegevoegd. Ongelofelijk hoeveel tijd en geld dat moet kosten, die overbodige scènes draaien. Toch zijn regisseurs er vrij rücksichtlos in. Dat zouden eindredacteuren naar mijn idee ook moeten zijn. Net als in films is het tempo van het stuk heel bepalend voor het voorkomen van Het Afhaakmoment, zo blijkt uit een onderzoek van een student van de Universiteit Leiden die ooit bij Maters & Hermsen was. Lezers geven je maximaal twee zinnen de kans om iets interessants te vertellen, daarna zijn ze echt weg. Onverbiddelijk. Dus moet je als eindredacteur ook onverbiddelijk zijn.
Er zou véél meer aandacht moeten zijn voor het tempo van een stuk. En dan met name voor het doorvoeren van wat versnellingen. Dus geen argumenten als: ‘Ja, maar anders komt Piet helemaal niet meer in het stuk voor, en da’s zo zielig’. Of: ‘Maar misschien vinden die paar mensen van de afdeling Kwaliteitsborging dit wél relevant.’ Weet je wat je doet? Je zet de uitgeklede versie in je blad en je zet het artikel mét de deleted scenes op internet of intranet, waar Piet en de mensen van de afdeling Kwaliteitsborging het kunnen bekijken. Voor de rest van de lezers is het misschien leuk om te zien welke alinea’s het níet haalden.
You do your job, I’ll do mine
Bij mijn afscheid als stagiair bij NRC Handelsblad, nu ruim vijftien jaar geleden, kreeg ik van mijn chef als cadeau een boek van huisfotograaf Vincent Mentzel. Een boek dat ik nu nog steeds graag bekijk. Vooral ook omdat het meer is dan een verzameling beste foto’s, in het boek gaat het vooral ook om het verhaal erachter. En daar leer je van.
Het meest gegrepen werd ik door een foto van een uitgetelde Ella Fitzgerald, hevig bezweet, languit liggend op een vale leren bank in de kleedkamer. Geen spoor van de statige grote vrouw die ze zo-even op het podium nog was. Mentzel, toen nog een jonge fotograaf, vroeg bedeesd of hij misschien een foto mocht maken. Fitzgerald antwoordde, zonder zich te verroeren: ‘You do your job, I’ll do mine’.
Het doet me denken aan een directeur die vond dat de foto’s bij zijn interview over moesten omdat hij ‘er toch wel erg casual’ op stond in zijn hemdsmouwen achter zijn bureau aan het werk. Hij wilde liever in zijn maatkostuum. Directeuren, ze nemen zichzelf te vaak te serieus. Zo serieus dat het soms bijna lachwekkend is. De kleren van de keizer. 
Een andere ervaring heb ik met Henk Kamp, toen nog minister van VROM. We mochten hem thuis fotograferen voor personeelsblad Tellus (op werk had ie denk ik toch geen tijd gehad). Kamp zittend op een grenen bankstel, zijn geitenwollen sokken pontificaal op het geplavuisde bijzettafeltje en naast hem een pilotenkoffer vol paperassen. Het kopje koffie dat zijn vrouw wellicht net ingeschonken heeft, staat naast hem. Niks geen opsmuk, dit is hoe een minister is. Als je écht zelfverzekerd over wilt komen, ook als baas, dan laat je zien dat je de moed hebt om jezelf te durven zijn.
Ik geloof niet dat ik ooit een betere foto in een personeelsblad heb gezien. En de lezers ook niet.
Jeroen Maters is directeur van Maters & Hermsen Journalistiek
