Zoeken

Onderstaand invoerveld dient ter bescherming tegen ongewenste reacties en reclame. De inhoud van dit veld niet wijzigen s.v.p.

Aanmelden voor de nieuwsbrief

Onderstaand invoerveld dient ter bescherming tegen ongewenste reacties en reclame. De inhoud van dit veld niet wijzigen s.v.p.

Achtergrond

Tandeloze tijgers

Om organisaties beter te laten functioneren, is kritiek onvermijdelijk. Dat ligt bij overheden en bedrijven gevoelig, merken bedrijfsjournalisten dagelijks. Bij politieke partijen lijkt het zelfs onmogelijk. Ondervonden althans Elma Verhey bij de SP en Thijs Jansen bij het CDA.

Sebastiaan van der Lubben

Cover april 2008Het blijft vreemd: een politieke partij waar kritische geluiden worden gesmoord. Kritiek is toch haar raison d’etre? Leg dat Elma Verheij en Thijs Jansen maar eens uit. Zij wilden een kritisch debat voeden met journalistieke bijdragen, om hun partijen sterker te maken. De besturen van SP en het wetenschappelijk Instituut voor het CDA zaten er niet op te wachten. Jansen: ‘Partijen verliezen hun geloofwaardigheid en alleen een transparante partij kan het tij keren.’ Dat betekent debat en debat betekent soms kritiek. Verhey wilde niets liever dan een partijorgaan dat van onderop signaleert. Dat paste bij de SP – dat wás de SP. Beiden zijn in hun opzet niet geslaagd en werden vorig najaar ontslagen.

Angst

‘Ik begrijp die enorme verkramptheid niet, die angst.’ Elma Verhey zoekt naar een verklaring waarom de SP haar niet de mogelijkheid bood om van de Tribune een journalistiek blad te maken en zo bij te dragen aan een betere partij. De verklaring blijkt lastig te geven, de consequentie was glashelder: ‘Ze hebben uiteindelijk meer schade berokkend met het tegenhouden van het gewraakte artikel dan met het plaatsen ervan. Geen hond had ernaar omgekeken.’

Propagandablaadje

De voornemens van Elma Verhey bij de SP waren zo mooi. Zij was van plan om als nieuwe hoofdredacteur van de Tribune in 2005 net zo journalistiek te werk te gaan als ze bij haar vorige baan bij Vrij Nederland gewend was. In een eerste interview met het SP-orgaan beloofde ze: ‘De criteria waaraan ik Tribune-artikelen ga toetsen, zullen niet anders zijn dan de criteria waaraan ik artikelen in Vrij Nederland altijd heb beoordeeld. Dan heb ik het bijvoorbeeld over hoor en wederhoor, feiten die moeten kloppen en alle andere journalistieke regels. Bovendien geloof ik niet dat de Tribune een dom propagandablaadje moet zijn. Dat is het niet en dat zal het ook nooit worden.’ In hetzelfde interview geeft ze toe dat oud-collega’s bij Vrij Nederland haar waarschuwden voor de overstap naar het partijorgaan– ze zou haar geloofwaardigheid als journalist verliezen. Onzin, stelde ze toen nog strijdlustig. Journalistieke methoden pasten prima bij een partijblad: ‘Met meer reportages en meer berichten uit de provincies en gemeenten.’ Want dat miste – meer geluiden van onderop.

Druppel

En juist die ene reportage uit de provincie – een bijeenkomst in Zwolle over de ‘affaire Yildirim’ – was fataal. Het partijbestuur was not amused over de reportage over de senator die door de partij gedwongen werd afstand te doen van zijn zetel maar bleef zitten en uit de partij stapte. Het bestuur vroeg Verhey het artikel ‘niet in deze vorm te publiceren’. ‘Toen zij hier geen gehoor aan gaf, plaatsing van het artikel buiten het partijbestuur door wilde zetten en weigerde mee te werken aan een alternatief, is besloten om Verhey te schorsen. De SP betreurt deze gang van zaken’, aldus het bestuur in een reactie op de internetsite van de partij. Dat was de druppel voor Verhey. In haar afscheidsbrief schreef ze dat ‘de Tribune nóg sneller tot het propagandablad verworden is waarvoor ik vreesde, met een “redactie” die sinds mijn vertrek alleen nog maar dát durft te schrijven of mag schrijven wat de top van de SP verordonneert. Zo’n blad is niet het mijne. Zo’n partij trouwens evenmin.’ Exit Verhey.

Strijdlustig

Had ze dat niet aan zien komen? Het blijft even stil aan de andere kant van de lijn. ‘Zoals met alle organisatiejournalistiek: de organisatie is uitgever. Als die het er niet mee eens is, trekt ze gewoon de stekker eruit.’ Alleen in theorie lijkt er ruimte voor kritiek. Maar daar weigert Verhey zich bij neer te leggen – juist in een partijorgaan moet ruimte zijn voor discussie. Dat is dus niet gelukt. Is dat tekenend voor partijorganen – dat de leiding kritische geluiden wegmoffelt? Nee, zegt Verhey, nog even strijdlustig als toen ze begon. Het is haar echter niet gelukt.

Onafhankelijk

De casus van Thijs Jansen, voormalig hoofdredacteur van Christen Democratische Verkenningen (CDV) is complexer dan die van Elma Verhey. De CDV is namelijk geen partijorgaan, maar een titel van het Wetenschappelijk Instituut (WI) voor het CDA. Dat instituut is onafhankelijk van de partij en de CDV is op haar beurt onafhankelijk van het instituut. Er bestaat ook een redactiestatuut waarin die onafhankelijkheid is geregeld. Het blad wordt uitgegeven door uitgeverij Boom (Amsterdam). ‘De functie van de CDV is om de beleidsvorming en de uitwerking van de christendemocratische ideologie te voeden. In tegenstelling tot de PvdA kent het CDA nauwelijks een intellectueel debat. Ik wilde dat ensceneren en organiseren’, zegt Jansen. Hij werd 1 november vorig jaar bij de CDV ontslagen.

Grensconflicten

Twaalf jaar had Jansen het blad onder zijn hoede. In die tijd vormde hij het om van een serie artikelen die met een nietje bijeen werd gehouden, tot een podium waarop ook buitenstaanders hardop meedachten over de heroriëntatie van het CDA in de oppositie. Vanaf 1994 waren de christendemocraten namelijk van regeringsverantwoordelijkheid uitgesloten. ‘Wilde, frisse ideeën waren welkom, soms ideeën die haaks stonden op de standpunten van de partij’, zegt Jansen. Dat veranderde toen de partij weer mocht deelnemen aan de macht. ‘De ruimte om te blijven werken zoals ik gewend was, werd zienderogen kleiner.’ Tussen Jansen en het de directeur van het WI braken steeds meer ‘grensconflicten’ uit.

Rode draad

Heel specifiek ging het om de redactionele begeleiding van een nieuwe CDV. ‘Een bundel is geen boek gebonden standpunten met een kaftje eromheen.’ Jansen zorgde in een begeleidend schrijven voor een rode draad. Daarin wilde hij de strekking van het nummer aangeven. Soms nam hij daarbij afstand van gevoerd beleid en dat ging de toenmalige directeur van het WI, de huidige minister van VWS Ab Klink, te ver. ‘Dat was voor mij een heel principieel probleem’, zegt Jansen nu. Want buiten dat het redactiestatuut, waarin zijn onafhankelijkheid was vastgelegd, met voeten werd getreden, vindt hij een boek zonder strekking het uitgeven niet waard.

Oester

In de redacties van de nummers die Jansen uitgaf, namen onder meer Ad Verbrugge, Gabriel van den Brink en Dorien Pessers als gastredacteur zitting . Zij ‘schurkten’ tegen het CDA aan, hadden sympathie voor de beweging en haar geschiedenis, maar waren ook kritisch. Jansen bracht hen in stelling om het intellectuele debat binnen het CDA te voeden, waar hij steeds minder ruimte voor kreeg. Is dat erg? ‘Ja’, zegt hij. ‘Bepaalde onderwerpen verdwijnen onder het vloerkleed. Hoe is het bijvoorbeeld mogelijk dat bewindspersonen net zo makkelijk met Verdonk als met Vogelaar in één regering zitting hebben? Ik zie de oester sluiten.’ En daar mocht bij het CDA niet over geschreven worden. Exit Jansen.

Sebastiaan van der Lubben is eindredacteur bij Maters & Hermsen Bedrijfsjournalistiek

Editie APR 08 - april 2008

Reacties op dit bericht

Er zijn geen reacties op dit artikel.

Reageer

Reageren kan met je naam en e-mailadres, de reactie moet per e-mail bevestigd worden.

Naam:
E-mail:
 
Titel:
Reactie: