Ethiek: onontgonnen terrein in bedrijfsjournalistiek
Over ethiek in de bedrijfsjournalistiek staat niets op papier. Dr. Huub Evers, hoofddocent media-ethiek aan Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg, gaf in de tweede J.C. van Markenlezing een aanzet voor discussie. Dit is een sterk ingekorte versie van zijn lezing.
tekst Huub Evers / foto Leon van den Berg
Casus 1: De redactie van een universiteitsblad maakt een artikel over een bekende oud-politicus die nu bijzonder hoogleraar is aan de universiteit. Na een eerste periode van vijf jaar wil de redactie de balans opmaken. Die blijkt niet positief. Studenten zijn teleurgesteld: de professor is vaak afwezig, bereidt zijn colleges nauwelijks voor en heeft de werkstukken van studenten pas maanden later beoordeeld. Ook zijn collega’s zijn niet onverdeeld gelukkig: de bijzonder hoogleraar woont nooit vergaderingen bij, overlegt zelden of nooit en publiceert vrijwel niet.
De auteur wil graag de collegevoorzitter laten reageren. Deze verzoekt met klem om met publicatie van dit verhaal nog enkele weken te wachten, omdat uitgerekend in deze periode met de sponsoren wordt overlegd over voortzetten van de bijzondere leerstoel. Vertragen, in het belang van de universiteit.
Casus 2: Een bedrijfsjournalist bij een grote verzekeraar krijgt een conceptrapport over de levensloopregeling op zijn bureau. Hij moet er een artikel over schrijven in een extern blad. Het rapport veegt de vloer aan met de regeling, publiciteit hierover kan tot politieke commotie leiden. Enkele dagen later ontvangt hij de definitieve versie van het rapport. Tot zijn verbazing ziet hij dat bepaalde essentiële onderdelen van het rapport plus de conclusies totaal anders zijn dan in het concept. Navraag leert dat de betreffende portefeuillehouder in het managementteam het rapport persoonlijk op deze onderdelen heeft aangepast.
Vraag in beide gevallen: wat moet de bedrijfsjournalist doen? Dit soort kwesties liggen op het bordje van een media-ethicus die zich begeeft op het terrein van de bedrijfsjournalistiek. De ethiek bezint zich onder meer op de vraag: welk handelen is in de gegeven situatie het meest verantwoord?
Niets op papier
Over ethiek en bedrijfsjournalistiek staat niets op papier. Dat is merkwaardig, omdat de beroepsgroep bedrijfsjournalisten een van de grootste sectoren is binnen de vakgebieden journalistiek en communicatie. Bovendien doen zich in de bedrijfsjournalistiek volop ethische kwesties voor. Een paar van zulke vraagstukken uit de praktijk: Wanneer laat je de belangen van de geïnterviewde prevaleren, en wanneer die van de organisatie als geheel? Wat betekent privacybescherming in een organisatie waarin men elkaar kent? Wat doe je met hoor en wederhoor wanneer het volgende nummer pas over een maand verschijnt? Wat doe je met al die mensen die telkens invloed willen uitoefenen op je blad of artikel? Kun je het je veroorloven om 'nee' te verkopen als iemand iets in je blad wil, en zijn er voor hem of haar geen alternatieve communicatiemiddelen? Wat betekent journalistieke vrijheid binnen een organisatie met hiërarchische lijnen? Hoe ga je als bedrijfsblad om met de monopoliepositie die je vaak hebt binnen de organisatie? Is het moreel te rechtvaardigen om een hoofdredacteur op non-actief te zetten op het moment dat het management het niet eens is met de strekking van een artikel? Overigens gaat de laatste kwestie over organisatie-ethiek.
Bij het zoeken naar een adequate reactie op een ethische kwestie wordt meer gekeken naar de concrete situatie dan naar in codes vastgelegde gedragsregels. In de beroepsethiek wordt de wijze waarop collega’s soortgelijke kwesties hebben opgelost, inspiratiebron zonder tot regel verheven te worden. Dat zou volgens mij ook in de bedrijfsjournalistiek een goede zaak zijn: inventariseren welke kwesties zich voordoen, welke standpunten worden ingenomen en op basis van welke argumenten dat gebeurt.
De ethiek als wetenschap moet proberen om morele dilemma's dichter bij een (doorgaans voorlopige) oplossing te brengen door problemen te analyseren, argumentaties te ontzenuwen, handelingsalternatieven tegenover elkaar te plaatsen en ook door waar mogelijk zelf stelling te nemen.
Eigen code
Zou je als beroepsgroep een eigen code moeten opstellen? Een motief om het te doen, zou kunnen zijn het bevorderen van de interne samenhang binnen de beroepsgroep. Ook kan een code zorgen voor een grotere herkenbaarheid naar buiten. Dan speelt een code een rol in het professionaliseringsproces van het beroep plus het kweken en versterken van een ethisch besef, een ‘moreel klimaat’.
Een ander motief kan gelegen zijn in het gegeven dat de bedrijfsjournalistiek zijn eigen morele dilemma’s kent die in andere sectoren van de journalistiek niet of anders voorkomen. Zo werkt de bedrijfsjournalist binnen de organisatie waarover hij schrijft, heeft hij te maken met hiërarchische lijnen en komt hij zijn ‘slachtoffers’ bij wijze van spreken dagelijks tegen bij de koffieautomaat.
Voorwaarden vóór
Een goede code moet aan een aantal basisvoorwaarden voldoen.
1. Ze moet duidelijk en ondubbelzinnig zijn in bewoordingen, inhoud, aard en opzet en in motivering. De code moet het niveau van de kersttoespraak en van de nieuwjaarsvoornemens overstijgen, geen wollige en hoogdravende prietpraat, maar duidelijke taal. Geen vanzelfsprekendheden en ook geen window dressing.
2. Een code kan pas effectief en overtuigend zijn wanneer deze een breed draagvlak heeft binnen de beroepsgroep en de beroepsvereniging. Wanneer een code top-down tot stand komt is dat vaak vragen om problemen.
3. Een code binnen een organisatie moet ook positief ondersteund worden. Niets is dodelijker voor het morele klimaat van een organisatie of een vereniging dan de ervaring dat een werknemer of lid die zich uitdrukkelijk houdt aan de afgesproken code, daarvoor gestraft wordt omdat hij bijvoorbeeld de vastgestelde targets niet haalt.
Argumenten tegen
Er zijn natuurlijk ook argumenten tegen het opstellen van een code. Ook hier noem ik er drie.
1. De angst om er echt op aangesproken te worden. Het bedrijf of de organisatie kan juridisch aansprakelijk gesteld worden voor datgene waartoe het zich in een code verbindt. Of algemener geformuleerd: een code is flauwekul, wie iets te mekkeren heeft kan zich wenden tot de rechter.
2. Een code opstellen is prachtig, maar in de praktijk gelden heel andere normen dan ethische. Ethiek is leuk, maar het gaat uiteindelijk om de business!
3. Mensen kunnen heel goed zelf op het rechte pad blijven, daar heb je geen code voor nodig! Of breder: Ben ik mijn broeders hoeder? Moet ik door middel van een code anderen op het rechte morele pad houden? Een code is er overigens niet om anderen in het gareel te houden maar om aan te geven waaraan je jezelf wilt houden!
Misschien is het proces van samen een code opstellen door over morele uitgangspunten en dilemma’s te discussiëren, nog veel belangrijker voor het morele klimaat binnen een organisatie dan de uiteindelijke tekst zelf! A code is nothing, coding is everything!, zegt men wel in de bedrijfsethiek. Bovendien is het zeer aan te bevelen om de ethische code, gekoppeld aan de bladformule en/of het redactiestatuut, op het hoogste niveau binnen de organisatie te bespreken en te accorderen, eventueel in samenspraak met de redactieraad.
Gedragsregels
Een ethische code voor de afdeling bedrijfsjournalistiek moet passen binnen de bedrijfscultuur en binnen de opvattingen over ethiek binnen de organisatie. Wanneer transparantie en geloofwaardige communicatie binnen de organisatie als geheel geen realiteit zijn, hoe kan dat dan wél voor de bedrijfsjournalisten? Meer in het algemeen zou de theorie van de organisatie- of bedrijfsethiek mijns inziens binnen de reflectie op de normatieve aspecten van de bedrijfsjournalistiek een belangrijke plaats moeten gaan innemen. Bedrijfsethiek in de zin van een stelsel van gedragsregels over hoe de organisatie wenst om te gaan met eigen werknemers, klanten, concurrenten, leveranciers, de media en de samenleving als geheel is niet nieuw. De systematische bestudering ervan wél, blijkend uit een veelheid aan publicaties over de maatschappelijke verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven, over gedragscodes en over samenwerking met milieu- en consumentenorganisaties.
Stelling nemen
De ethicus moet zich naar vermogen inspannen om morele dilemma's dichter bij een (doorgaans voorlopige) oplossing te brengen door problemen te analyseren, argumentaties te ontzenuwen, handelingsalternatieven tegenover elkaar te plaatsen en ook door waar mogelijk zelf stelling te nemen in het debat, niet om het laatste woord te spreken, maar om een bijdrage te leveren aan het zoeken naar consensus. Laat ik daarom zelf een stelling betrekken in de twee casussen aan het begin van dit verhaal. Niet omdat de ethicus voor alle casuïstiek de oplossing in zijn binnenzak heeft, maar als voorzet voor de discussie binnen de beroepsgroep.
Wanneer ik op de stoel van die hoofdredacteur van het universiteitsblad zou zitten, zou ik wel tegemoet komen aan de wensen van de collegevoorzitter. De vraag is immers niet “wél of niet publiceren”, de vraag is ook niet om een mooi opgepoetst verhaal te publiceren, maar de vraag is om enkele weken te wachten met publiceren. Hier gaan organisatiebelangen vóór journalistieke belangen.
Dat is in de tweede casus bepaald niet het geval. Hier betekent het laten prevaleren van het bedrijfsbelang, dat het publiek wordt misleid door mooi opgepoetste informatie. De bedrijfsjournalist stapt uiteraard eerst op de schrijver van het eindrapport af om hem om opheldering te vragen. En wanneer uiteindelijk de keuze zou zijn: aangepaste informatie publiceren of niets publiceren, zou ik besluiten het verhaal niet te publiceren.
Komende zomer verschijnt een uitgave van Huub Evers over dit onderwerp in de serie Cahiers Bedrijfsjournalistiek bij Logeion.
